Onderwerpen

zaterdag 28 januari 2017

Waarom alleen van eindtoets veranderen?

U hebt al gemerkt dat veel scholen overstappen naar een andere eindtoets. ...
Maar is het u ook opgevallen dat er de laatste tijd steeds vaker publicaties verschijnen waarin de validiteit van bepaalde toetsen voor het leerlingvolgsysteem in twijfel wordt getrokken (wordt er wel getoetst wat de maker beweert)?  En hebt u gezien dat in het merendeel van die publicaties de onvoldoende/afwezige validiteit bovendien wordt aangetoond met onderzoekgegevens?* 

Er is een grond voor die twijfel:

  • Als je het technisch lezen wilt toetsen, kan dat dan wel met meerkeuzevragen of met alleen 'losse' woordjes?
  • Als je het (technisch) rekenen wilt toetsen, lukt dat dan wel door de som in een tekst te 'verpakken'?
  • Als je het spellen wilt toetsen, is dat dan wel mogelijk met meerkeuzevragen?
  • Als je het begrijpend lezen wilt toetsen, doe je dan een groot deel van de leerlingen niet tekort wanneer je de teksten erg complex en lang maakt?

Bij de Schoolvaardigheidstoetsen lopen wij die risico’s liever niet,
wij blijven zo dicht mogelijk bij de kerntaak:


  • SVT Technisch Lezen:
    hoeveel woordjes kan de leerling in een tekst (de kern van de leestaak), die in moeilijkheid oploopt, correct voorlezen binnen een minuut?
  • SVT Hoofdrekenen:
    hoeveel plus-, min-, keer- en deelsommen tot 100 (de basis van het rekenen) kan de leerling foutloos maken binnen vijf minuten?
  • SVT Spelling: 
    hoeveel voorgelezen woorden kan de leerling zonder fouten opschrijven (de kern van het spellen)?
  • SVT Rekenen-Wiskunde:
    hoeveel ‘kale’ en met weinig woorden gepresenteerde sommen (het gaat om het rekenen, niet om de taal) kan de leerling foutloos maken?
  • SVT Begrijpend Lezen: 
    hoeveel vragen kan de leerling correct beantwoorden over korte stukjes tekst (het gaat om het begrip)?

Overstappers
Er zijn (groepen van) scholen die op dit moment overstappen naar het alternatief: de SchoolVaardigheidsToetsen van Boom. Zij betrokken bovenstaande in hun overwegingen. 
De overstappers naar een andere eindtoets hebben zo hun redenen. De overstapper naar een ander leerlingvolgsysteem hebben die ook ...

*) En dat, terwijl de COTAN de validiteit als voldoende/goed beoordeelde (!)

woensdag 25 januari 2017

Werkdruk verminderen? Pak je volgsysteem aan!


De wet- en regelgeving van 2014 (Wet Eindtoetsing PO en Toetsbesluit PO) biedt scholen naast de verplichting tot het hanteren van een leerling- en onderwijsvolgsysteem anderzijds heel veel ruimte voor een eigen invulling, die veel soberder kan zijn dan op dit moment vaak gebruikelijk is.



Bovendien hanteert de onderwijsinspectie met ingang van 1 februari 2016 voor de beoordeling van de tussenresultaten geen eigen normen meer. Daardoor valt er bij de scholen een grote druk weg, die leidde tot zeer ongewenste praktijken (zie: Het kwartje is gevallen ... ). De inspectie vroeg tot die datum namelijk naar de LVS-toetsresultaten van Technisch Lezen (TL) in groep 3 en groep 4, Rekenen en Wiskunde (RW) in groep 4 en groep 6 en Begrijpend Lezen (BL) in groep 6.
Dit betekent eveneens dat een oordeel over de tussenresultaten niet langer betrokken wordt bij het eindoordeel over de school. De school volgt de leerlingen dus (weer) 'voor eigen gebruik'. De inspectie blijft in het toezicht wel aandacht schenken aan hoe scholen de ontwikkeling van leerlingen volgen en de wijze waarop dit tot conclusies over het onderwijs leidt. 


De school mag echter zelf bepalen op welke wijze en 
met welke middelen zij dit doet!
(wanneer de school er voor kiest landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen te gebruiken, dan moeten deze door de Cotan -nu de Expertgroep Toetsen PO- zijn beoordeeld met tenminste 'voldoende')


Onderstaande werkwijze acht ik meer dan voldoende:

Groep 1 en 2: observeren
In groep 1 en 2 is het toepassen van landelijk genormeerde toetsen onwenselijk vanwege de vele bezwaren die eraan kleven. We beperken ons daar dan ook tot het (gestructureerd) observeren en registreren van in hoofdzaak de functieontwikkeling.
Groep 3 t/m 8: bewaken

Bewaken van de voortgang in de leerstof
In groep 3 t/m 8 is in principe eens per jaar (in april) toetsen met landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen voldoende, omdat de methodgebonden toetsen en de observaties van de leerkracht er immers al voor zorgen dat de voortgang in de leerstof wordt bewaakt. 

Bewaken van het niveau
De landelijk genormeerde, methodeonafhankelijk toetsen zijn er 'slechts' voor om het niveau te bewaken: lopen we een beetje in de pas met onze manier van werken? 

Bewaken van het ontwikkelingsperspectief
Verder zijn de landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen handig om voor de leerling het ontwikkelingsperspectief  te bewaken.

In principe eens per jaar toetsen met landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen lijkt ten opzichte van de huidige praktijk wellicht weinig, maar op de cruciale momenten gebeurt het wèl twee keer per jaar (zie het afnameschema hieronder: alleen in de groepen 3, 6 en 7 wordt er maar eens per jaar getoetst). En nogmaals, het gaat hier om niveaubewaking (kwaliteitsbewaking t.o.v. de landelijke norm) en daarvoor is negen keer toetsen in de schoolloopbaan (inclusief de eindtoets) meer dan voldoende!          
Aanvulling in groep 4 en 5
In de groepen 4 en 5 wordt in november aanvullend het technisch lezen en hoofdrekenen getoetst, omdat die ontwikkeling daar een stuk sneller gaat.
Groep 8 in november
In groep 8 wordt het toetsen verplaatst naar november, vanwege het vroegtijdig kunnen opmaken van een schooladvies en vanwege de eindtoets die in april/mei wordt afgenomen.

(klik op de afbeeldingen voor een vergroting) 

Komt eruit wat erin zit (opbrengsten)? 
Om na te gaan of eruit gekomen is wat erin zit, kan in groep 6 en/of in groep 7 of 8 een klassikale intelligentietest worden afgenomen, waarmee tevens een (pré)advies VO kan worden geformuleerd.
Aanvulling in groep 6, 7 of 8
Aanvullend kan in groep 6, 7 of 8 nog een test worden afgenomen, die iets zegt over de leermotivatie, het doorzettingsvermogen en het zelfvertrouwen.
Voor het observeren van de funktieontwikkeling werd indertijd OPFO en LVS 1-2 ontwikkeld, maar er zijn onderhand vele -soms door de school zelf ontwikkelde- alternatieven voorhanden. 
Naast de materialen van het Cito, zijn voor de niveaubepaling de Schoolvaardigheidstoetsen zeer geschikt, vanwege hun sobere karakter (weinig en beknopte materialen) en verminderde taligheid (weinig en beknopte teksten). Bovendien lenen ze zich door hun constructie uitstekend voor het maken van trendanalyses en opbrengstmetingen (komt eruit wat erin zit?). 
Voor de eventuele klassikale intelligentiemeting zijn er de Tussentest (voor groep 6)* en de Drempeltest (voor groep 7 of 8)*. 
De LeerMotivatieTest* kan aanvullend worden afgenomen in groep 6, 7 of 8.
Alle genoemde landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen zijn door de Cotan/Expertgroep toetsen PO goedgekeurd (een wettelijke vereiste) en dus door de inspectie toegelaten.

*) Het mag inmiddels bekend zijn dat ik een sterke voorkeur heb voor het óók afnemen van deze toetsen.

maandag 16 januari 2017

Het niveauverschil in groep 8 is ruim 3 leerjaren

Voor DLE-gebruikers is dat geen nieuws. Zij zien in groep 8, als score op bijvoorbeeld de SVT Technisch Lezen, regelmatig 135 goed gelezen woorden in de minuut (niveau: eind groep 5). Daarnaast zien ze ook meer dan 180 goed gelezen woorden (niveau: brugklas).  
Ook bij de overige schoolvaardigheidstoetsen zien ze deze verschillen …

Geen nieuws
Ook als fenomeen is dit geen nieuws, in het onderwijs weten we dit al ‘eeuwen’. Die verschillen zijn er altijd geweest en daar kunnen we maar weinig aan doen, zeker als het aan de aanleg/potentie ligt: de een krijgt de dingen die ze op school leren nu eenmaal vlotter onder de knie dan de ander.

Ouders schrikken
Toch zijn er af en toe nog ouders die er van schrikken: ‘Hoe kan dat nou? Ze krijgen toch allemaal hetzelfde onderwijs? Dan zouden ze toch ook allemaal aan het eind even ver moeten zijn?’
Ze zijn er zich kennelijk nog onvoldoende van bewust dat de leerlingen na groep 8 uitwaaieren van Praktijkonderwijs tot Gymnasium. En dat terwijl het juist heel mooi is dat je kind na de basisschool op een plek kan komen die het beste bij hem past.

Dat kan natuurlijk niet!
Maar wat betekent het voor de basisschool, waar de wet voorschrijft dat alle kinderen een  ‘ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen’? Daar is die mogelijkheid van 'uitwaaieren' niet en ook zittenblijven hoort daar eigenlijk niet bij ... Want als je dat consequent zou doen, dan zou de leerling uit ons voorbeeld met een score van 135 op zijn twaalfde jaar nog in groep 5 zitten (tussen de 9-jarigen ...). Dat kan natuurlijk niet!

Maar wat dan wel? 
Leerkrachten in de basisschool doen alle dagen hun uiterste best om alle kinderen te bieden wat hen toekomt. Ze moeten dus differentiëren, maar willen er wel uit halen wat erin zit en dat is bij kinderen zeer verschillend, zo blijkt. Het is daarvoor wel noodzakelijk dat de school goed op de hoogte is van de vorderingen, het niveau en de mogelijkheden van de leerlingen.

Echter
Daar moet niet te veel tijd en energie in gaan zitten en het moet zeker geen doel op zich worden. Bovendien mag het voor de kinderen niet te veel 'een kwestie' worden, het op een goede manier omgaan met deze grote verschillen vormt voor de school een extra uitdaging. Toch horen we scholen daar vaak over klagen: 'Er ligt een te groot accent op; er zijn nog zo veel andere nuttige/noodzakelijke dingen te doen. Kan dit 'op de hoogte blijven' (het volgen van de leerlingen d.m.v. toetsen) niet een tandje minder?'

Suggestie

Onderstaande is in vergelijking met de huidige praktijk al een stuk minder en ruim voldoende. De school mag namelijk zelf bepalen of en zo ja welke toetsen zij wanneer afneemt. Zelfs de onderwijsinspectie is gestopt met het opvragen van de gegevens van de toetsen om geen onnodige druk te veroorzaken. Er is dus alle ruimte!

_________________ Leerling- en onderwijsvolgsysteem _________________
Basisonderwijs

Groep 1 en 2
In groep 1 en 2 is het toepassen van landelijk genormeerde toetsen onwenselijk vanwege de vele bezwaren die eraan kleven. We beperken ons daar dan ook tot het (gestructureerd) observeren en registreren van in hoofdzaak de functieontwikkeling.
Groep 3 t/m 8
In groep 3 t/m 8 is in principe eens per jaar (in april) toetsen met landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen voldoende, omdat de methodgebonden toetsen en de observaties van de leerkracht er immers al voor zorgen dat de voortgang in de leerstof wordt bewaakt. 

De landelijk genormeerde, methodeonafhankelijk toetsen zijn er slechts voor om het niveau te bewaken: lopen we een beetje in de pas met onze manier van werken? 

Verder zijn ze handig om voor de leerling het ontwikkelingsperspectief  te bewaken.

In principe eens per jaar toetsen lijkt ten opzichte van de huidige praktijk wellicht weinig, maar op de cruciale momenten gebeurt het wèl twee keer per jaar (zie het afnameschema hieronder: alleen in de groepen 3, 6 en 7 wordt er maar eens per jaar getoetst). En nogmaals, het gaat hier om niveaubewaking (kwaliteitsbewaking t.o.v. de landelijke norm) en daarvoor is negen keer toetsen in de schoolloopbaan (inclusief de eindtoets) meer dan voldoende!        
Aanvulling in groep 4 en 5
In de groepen 4 en 5 wordt in november aanvullend het technisch lezen en hoofdrekenen getoetst, omdat die ontwikkeling daar een stuk sneller gaat.
Groep 8 in november
In groep 8 wordt het toetsen verplaatst naar november, vanwege het vroegtijdig kunnen opmaken van een schooladvies en vanwege de eindtoets die in april/mei wordt afgenomen.
Komt eruit wat erin zit (opbrengsten)? 
Om na te gaan of eruit gekomen is wat erin zit, kan in groep 6 en/of in groep 7 of 8 een klassikale intelligentietest worden afgenomen, waarmee tevens een (pré)advies VO kan worden geformuleerd.
Aanvulling in groep 6, 7 of 8
Aanvullend zou in groep 6, 7 of 8 nog een test kunnen worden afgenomen, die iets zegt over de leermotivatie, het doorzettingsvermogen en het zelfvertrouwen.


Voor het observeren van de funktieontwikkeling werd indertijd OPFO en LVS 1-2 ontwikkeld, maar er zijn onderhand vele -soms door de school zelf ontwikkelde- alternatieven voorhanden. Naast de materialen van het Cito, zijn voor de niveaubepaling de Schoolvaardigheidstoetsen zeer geschikt, vanwege hun sobere en weinig talige karakter. Bovendien lenen ze zich door hun constructie uitstekend voor het maken van trendanalyses en opbrengstmetingen (komt eruit wat erin zit?). Voor de klassikale intelligentiemeting zijn er de Tussentest (voor groep 6) en de Drempeltest (voor groep 7 of 8). De LeerMotivatieTest kan aanvullend worden afgenomen in groep 6, 7 of 8. Alle genoemde toetsen zijn door de Cotan/Expertgroep toetsen PO goedgekeurd en door de inspectie toegelaten.

maandag 19 december 2016

Leerlingvolgsysteem zonder bijwerkingen

Uw kind mag voor het eerst alleen naar school lopen. U hebt hem de weg geleerd. U laat hem gaan … Vertrouwt u erop dat het goed komt? Ja, u moet hem vertrouwen, maar wat zou u er van vinden als de leerkracht u een appje stuurt: ‘Hij is goed aangekomen hoor!’?  
Toch prettig om te weten?

In school gaat dat ook zo
We leren de kinderen van alles en we vertrouwen erop dat het goed komt. Toch willen we dat graag bevestigd zien. Daarvoor doen we af en toe een toets. We zijn blij wanneer we vaststellen dat de leerling weet/kan wat we hem geleerd hebben. En mocht het nog niet helemaal in orde zijn, dan proberen we daar wat aan te doen.
Willen we weten of het niveau overeenkomt met wat er mag worden verwacht, dan doen we een landelijk genormeerde methodeonafhankelijke toets. En als dat tegenvalt, dan zoeken we uit hoe dat komt en of daar iets aan te doen is.

Wanneer we het vermoeden krijgen dat het resultaat wel eens zou kunnen komen door de minder dan gemiddelde aanleg/mogelijkheden van de kinderen, dan kunnen we het leerpotentieel (wat zit erin?) testen en eventueel de leermotivatie.

Om na te gaan of de dingen die we er aan doen het beoogde effect hebben, zullen we na verloop van tijd nogmaals moeten toetsen: waar zitten we op dit moment en is er een stijgende lijn te zien?

Dit geldt voor de leerling, de groep en de hele school: we willen eruit halen wat erin zit.
Daar is niks mis mee.

Waarom werd er dan toch best veel gemopperd over het leerlingvolgsysteem?
Dat kwam omdat er verkeerde dingen mee werden gedaan. Op veel scholen werden de leerlingen te veel met het gemiddelde vergeleken in plaats van met zichzelf. Dat had veel kwalijke effecten en was ook niet eerlijk. Het is nu eenmaal zo dat aan het eind van de basisschool sommige kinderen naar het gymnasium kunnen en andere naar het praktijkonderwijs. Dat komt omdat het ene kind toevallig meer kan dan het andere. Daar kan niemand wat aan doen. Zolang eruit komt wat erin zit, moet je tevreden zijn. 

Dat geldt ook voor de groep en de school als geheel. Ook daar zullen om deze reden op de ene school de scores hoger zijn dan op de andere. Het maken van ranglijsten met de ‘beste’ school bovenaan is daarom ook onzin en oneerlijk. Het lijkt op een rij met kinderen uit de klas die gerangschikt is van kort naar lang en waarbij de langste dan de eerste prijs zou krijgen. Dat doen we toch ook niet?

Inzichten veranderd
Gelukkig zijn de inzichten op dit punt verbeterd. Ook de onderwijsinspectie gaat er nu anders mee om: de resultaten op de toetsen zijn bestemd voor de school om na te gaan of er verbetering nodig en mogelijk is (Zie: Het kwartje is gevallen ...).

Die resultaten moet je niet aan de grote klok hangen, daar wordt niemand beter van. Je krijgt dan een ‘gevecht om de scores’ bij kinderen en tussen scholen onderling. Waar het werkelijk om gaat wordt vergeten en alle aandacht gaat uit naar de toetsresultaten, die natuurlijk de hoogste moeten zijn: het wordt een wedstrijd, waarvoor alles (meestal de dingen die moeilijk te toetsen zijn) moet wijken (Zie: Gedachtengang ... en Gesjoemel ...

Zodra we er in slagen deze kwalijke bijwerkingen volledig uit te bannen, zal het leerlingvolgsysteem zeker tot nut en minder tot last zijn. 

En ... misschien kan het ook nog wel een tandje minder (Zie: Werkdruk verminderen, is dit een idee?)!

donderdag 17 november 2016

School kan uit steeds meer eindtoetsen kiezen


De PO-Raad zet vandaag de thans beschikbare eindtoetsen op een rij. We geven de integrale tekst hier weer, inclusief 'Wat de PO-Raad vindt'.

De vijver met eindtoetsen groeit. Het ministerie van Onderwijs (OCW) voegde onlangs drie nieuwe toetsen toe aan de keuzelijst. Die bestaat nu uit zes mogelijkheden. Scholen in het primair onderwijs moeten tussen 1 december 2016 en 1 februari 2017 kiezen welke toets ze op de vastgestelde data in april of mei 2017 willen afnemen.


Beschikbare toetsen

Scholen kunnen nu kiezen uit:


Een toets kiezen
Het is de bedoeling dat scholen één eindtoets kiezen. Wel kunnen zij voor leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften een aangepaste toets aanvragen. Scholen die vallen onder één bestuur, kunnen elk een eigen eindtoets kiezen. Ook scholen met twee of meer vestigingen onder hetzelfde BRIN-nummer kunnen een eigen eindtoets kiezen. Dit laatste is toegestaan als de vestiging door de inspectie als een afzonderlijke toezichteenheid wordt beschouwd.
Wanneer een school zich op 1 februari niet heeft aangemeld, wordt ervanuit gegaan dat de school de Centrale Eindtoets afneemt. De Inspectie en het College voor Toetsen en Examens zullen in dat geval contact met hen opnemen. Het aanmelden voor toetsen kan via de website van de toetsaanbieder.

Hoe wordt een nieuwe toets geselecteerd?
Toetsaanbieders van een eindtoets moeten bij het ministerie van OCW een formeel verzoek indienen tot toelating van hun toets. Een onafhankelijke commissie, de Expertgroep Toetsen PO, beoordeelt onder meer of de toetsen betrouwbaar zijn en van goede kwaliteit. Vervolgens adviseert de expertgroep de minister van Onderwijs over het al dan niet toelaten van de toets.
Dit advies is zwaarwegend, maar niet bindend. De minister kan het naast zich neerleggen maar moet dan wel uitleggen waarom hij dit doet.
Een besluit van de minister tot toelating van de eindtoets geldt voor vier jaar, mits de tussentijdse, jaarlijkse beoordelingen van de eindtoets ook positief zijn. Alle beoordelingsrapporten zijn te vinden op de website van de expertgroep.

Wat de PO-Raad vindt
De PO-Raad vindt het belangrijk dat alle toegelaten toetsen behalve van goede kwaliteit ook onderling vergelijkbaar zijn. Alleen dan kan de toets goed inzicht geven in het niveau van een kind, kunnen scholen worden beoordeeld op hun kwaliteit en kunnen landelijke uitspraken worden gedaan over het onderwijs.

Dat scholen uit steeds meer toetsen kunnen kiezen, is het gevolg van wet- en regelgeving die in 2014 van kracht werd. Dankzij deze wet nemen scholen de eindtoets tegenwoordig later in het schooljaar af. Bij het bepalen welke middelbare school bij een leerling past, geldt de eindtoets daardoor als second opinion naast het schooladvies.

Een goede overgang naar de middelbare school is belangrijk om leerlingen goede toekomstkansen te bieden, vindt de PO-Raad. Ze is dan ook blij dat de eerste signalen over het werken met de nieuwe regels positief zijn. Of aanvullende maatregelen nodig zijn, wordt over twee jaar duidelijk als de leerlingen die vorig jaar aan de brugklas begonnen in de derde klas zitten. Deze informatie is volgens de PO-Raad van cruciaal belang voor eventuele aanpassing van de regels. De regels eerder aanpassen, zoals sommige partijen willen, is volgens de PO-Raad onverantwoord.

zondag 16 oktober 2016

Nu diagnostische analyses mogelijk bij nog meer Schoolvaardigheidstoetsen



Alleen een uitgebreid rapport van de toetsresultaten vinden scholen niet meer genoeg. 
Zij willen ook de mogelijkheid om de resultaten van de leerling te analyseren: waar wringt de schoen? 
Ook van de groep willen zij een beeld: waar is behoefte aan extra aandacht?



Bij de SVT Hoofdrekenen was er al de TempoTest Automatiseren, die een uitgebreide analyse geeft.

Ook de onlangs verschenen SVT Spelling kent zeer uitgebreide (gratis!) analysemogelijkheden voor z'n gebruikers.

Nu bieden ook de SVT Begrijpend Lezen (1) en de SVT Rekenen-Wiskunde (2) die mogelijkheden.




Er zijn gratis whitepapers verschenen die de mogelijkheden gedetailleerd in beeld brengen.
U kunt ze hier downloaden:





                                    

maandag 11 juli 2016

A-E of DLE ?


Een zwakke leerling kan op een DLE-schaal bij de volgende toets gemakkelijk hoger scoren, maar op een frequentieschaal (A-E/I-V) is dat nog best moeilijk …



Ik geef een voorbeeld van een zwakke lezer.

Marietje leest op de Schoolvaardigheidstoets Technisch Lezen (leeskaart B: De mug) in april groep 4 helaas slechts 30 woordjes in de minuut. Dat is DLE 3 (15 maanden ‘achter’); op de A-E frequentietabel van Cito is dat E (ze behoort op dat moment tot de 10% zwakste lezers).

De school maakt zich zorgen en gaat keihard met Marietje aan de slag. Een jaar later is de score 95 woordjes in de minuut, 65 woordjes méér! Dat is DLE 15, een vooruitgang van maar liefst 12 maanden, waar 10 gemiddeld is! Een prestatie van formaat, die je van zo’n zwakke lezer eigenlijk niet mag verwachten.

Even kijken waar die 95 woordjes op de Cito-schaal staan … een E ?!?!?!
Ja helaas, zij behoort met deze score op dat moment nog steeds tot de 10% zwakst scorende leerlingen ...

Je vraagt ook nogal wat van deze zwakke, doorgaans minder begunstigde, leerlingen als je ze van E naar D wilt brengen. Zeker als je bedenkt dat dit in de I-V schaal nóg moeilijker is, daar is V namelijk de zwakste 20% ...

En dan de boodschap aan de ouders: ‘We vinden het jammer dat we geen goed bericht voor u hebben. Marietje scoort nog steeds in E.’ En dat terwijl ze in een jaar tijd méér dan gemiddeld is vooruit gegaan: geen 10 maar 12 maanden (van 30 naar 95 woordjes in de minuut)! 

Zo'n boodschap voelt niet goed …

woensdag 22 juni 2016

Een Overstapper ...


Op internet kwam ik het tegen: 
de presentatie van een overstapper 
(helaas is de school mij niet bekend). 

De presentatie lijkt bestemd voor de ouders, 
maar het kan ook het bestuur of het team zijn.




Boeiend ...

... om te zien hoe een school dat doet en welke argumenten zij gebruikt. Het mooiste is om te constateren dat deze school zichzelf de tijd gunt en niet alles in één keer wil doen, 
want dat hoeft ook niet!

Benieuwd hoe dat eruit ziet? 
Klik dan op onderstaande link.

dinsdag 14 juni 2016

Veranderingen rond het leerlingvolgsysteem


Er is de laatste tijd nogal wat veranderd rond het leerling- en onderwijsvolgsysteem. 
Aanleiding om er eens opnieuw naar te gaan kijken?

Ten eerste is er de wet- en regelgeving van 2014 (Wet Eindtoetsing PO en Toetsbesluit PO) die scholen naast de verplichting tot het hanteren van een leerling- en onderwijsvolgsysteem anderzijds veel ruimte biedt voor de invulling daarvan.

Ten tweede beoordeelt sinds het schooljaar 2015-2016 niet langer de COTAN, maar de Expertgroep Toetsen PO de leerlingvolgsysteemtoetsen. Naast de psychometrische aspecten van een toets beoordeelt de Expertgroep ook de onderwijskundige en organisatorische aspecten. In totaal wordt een toets op tien criteria beoordeeld. Het oordeel kan ‘onvoldoende’, ‘voldoende’ of ‘goed’ zijn.
Ten derde hanteert de inspectie met ingang van 1 februari 2016 voor de tussenresultaten van scholen in het primair onderwijs geen eigen normen meer. 
Dit betekent eveneens dat een oordeel over de tussenresultaten niet langer betrokken wordt bij het eindoordeel over de school.

Wat betekent dit?

1) De school kan zelf kiezen hoe zij haar leerling- en onderwijsvolgsysteem samenstelt en inricht. Zij kan zelf bepalen welke middelen zij op welke momenten inzet (als de gekozen middelen daartoe de gelegenheid bieden).

2) Wanneer scholen methodeonafhankelijke toetsen gebruiken om daarmee het vaardigheidsniveau van de leerlingen te vergelijken met de landelijke norm, dan dienen deze toetsen te voldoen aan de kwaliteitscriteria van de Expertgroep Toetsen PO.

3) Het oneigenlijk ‘organiseren’ van hoge toetsscores op de tussentoetsen (de leerlingvolgsysyteemtoetsen) kan worden gestopt. De gemeten resultaten zijn weer voor ‘eigen gebruik’ en jezelf voor de gek houden heeft natuurlijk geen zin.
‘Teaching to the test’ hoeft dus niet meer en scholen die de toetsen gebruikten zoals ze zijn bedoeld, zijn niet meer in het nadeel ten opzichte van scholen die oefenden voor de toets. Ook de ouders kunnen stoppen met het sturen van hun kind naar bureaus voor toetstraining: zodra de school daar achter komt, zal het resultaat op de leerlingvolgsysteemtoets niet meer serieus genomen worden. En het mooiste is: aan de normvervaging komt een einde, de normen houden hun waarde.

Kortom: het leerling- en onderwijsvolgsysteem wordt weer van de school! Het is weer bedoeld om na te gaan of de school er met haar manier van werken in slaagt de gestelde doelen te bereiken. De ‘uitslagen’ zijn alleen bestemd voor de school: zitten we op de goede weg?

Wat zijn de gevolgen?

Het lijkt tijd om eens na te denken over het huidige leer- en onderwijsvolgsysteem van de school.

Een aantal mogelijke vragen:

Zijn we tevreden met de manier waarop we nu toetsen?
Willen we in groep 1 en 2 bijvoorbeeld niet liever observeren in plaats van toetsen?

Zijn we tevreden over de toetsen die we nu gebruiken?
Toetsen ze bijvoorbeeld wel wat wij willen weten?

Passen ze voldoende bij onze manier van werken?
Toetsen we misschien te veel (te vaak) en kan het wel een tandje minder?

Gebruiken we de resultaten wel op de juiste manier?
Is de toets een hulpmiddel voor ons of is de toets ‘de baas’ (voorschrijvend)?


En zo valt er nog wel het een en ander te bedenken …

In deze blog vindt u ongeveer 72 artikelen met het trefwoord 'leerlingvolgsysteem'. 
Misschien is het een idee daarin eens rond te neuzen ...



vrijdag 20 mei 2016

LeerMotivatieTest nu ook online af te nemen


Het Boom testcentrum is de nieuwe online omgeving voor het scoren, normeren en - in sommige gevallen - digitaal afnemen van haar tests en vragenlijsten. Nu is ook de LeerMotivatieTest (LMT) beschikbaar in het Boom testcentrum.




LeerMotivatieTest nu ook digitaal af te nemen
Gebruikt u de LMT-BO bij individuele leerlingen en wilt u de test op papier bij hen afnemen? Dan gaat u voortaan naar het Boom testcentrum om de test te normeren. 

Nieuw is de mogelijkheid om zowel de LMT-BO als de LMT-VO digitaal af te nemen. 
De voordelen op een rijtje:

  • Leerlingen vullen de antwoorden op de computer in (via het Boom testcentrum).
  • Scoren is niet meer nodig; dit gebeurt automatisch.
  • Ook geschikt voor kleine aantallen leerlingen: credits voor digitale afname zijn al verkrijgbaar vanaf sets van 5 afnames.

Lees meer over de digitale afname op de pagina's van de LMT-BO en de LMT-VO.
U vindt daar o.m. voorbeelden van de rapportage en de informatie voor de ouders.

Overstappen?
Bent u al gebruiker van de LMT en wilt u weten wat u moet doen om over te stappen naar het Boom testcentrum? Neemt u dan contact op met de afdeling Klantenservice via klantenservice@boomtestuitgevers.nl of 020-524 45 14.