Onderwerpen

donderdag 19 oktober 2017

Toetsen Boom sluiten aan bij Marcel Schmeier




In zijn succesvolle nieuwe boek 'Effectief rekenonderwijs op de basisschool' verwijst Marcel Schmeier meerdere malen naar de toetsen van Boom test onderwijs.

(klik op de afbeeldingen voor een vergroting}

Alternatief voor de rekentoets van Cito



Hoe doet je groep het t.o.v. het landelijk gemiddelde?



Er zijn in Nederland twee uitgevers van LVS-toetsen


zaterdag 7 oktober 2017

Scholen willen 'eruit halen wat erin zit!', maar wéten ze wel wat erin zit?


Heel veel scholen willen 'eruit halen wat erin zit'.  
Wat eruit komt, weten scholen wel.

Maar weten scholen ook wat erin zit? 
Dat blijkt bij navraag tegen te vallen ... 



Bekijkt u maar eens het voorbeeld uit de Tussentest van Roderick hieronder:
(klik op de afbeeldingen voor een vergroting)



Schrikken! 
Ja, de school had wel door dat er meer in zat, maar dat het verschil zó groot zou zijn?!? Nee, dat was toch wel even schrikken. Gelukkig was er nog de tijd om er wat aan te doen, de Tussentest werd namelijk afgenomen in het begin van groep 6. En omdat de school dit al een aantal jaren doet -gewoon door de leerkracht zelf-, hadden ze inmiddels het vertrouwen dat d.m.v. een goede aanpak in korte tijd resultaten te bereiken zijn die het vaardigheidsniveau weer in overeenstemming brengen met de gemeten aanleg/potentie.
Maar ... wat, als de school nu eens niet de aanleg/potentie had gemeten?
 Dat lijkt me niet moeilijk te raden ...
Lees alles over de mogelijkheden van de Tussentest hier.
Voorkomen
Wanneer het uw beleid is 'eruit te halen wat erin zit' en u gaat ook werkelijk meten 'wat erin zit', dan kunt u op eenvoudige wijze bijvoorbeeld onderstaande administratie realiseren (in dit geval het voorbeeld van RIO):


Kijkt u maar eens naar leerling 5 (E), op de roodomrande rij met pijl.
Hoewel dit een A-leerling is, met 3 x een A- en 2 x een B-niveau, is het toch zorgelijk: er komt niet uit wat er bij de Tussentest aan aanleg/potentie is gemeten. Zeker als we bedenken dat de score op de Tussentest tot de 10% beste behoorde (percentiel 93) en dat de B's bij Spellen en Hoofdrekenen lage B's waren (respectievelijk 64 en 72).
 
Dit is dus (ook!) een 'zorgleerling', maar zou die zonder de Tussentest in beeld zijn gekomen?
Leerling 5 (E) hoort op het VWO thuis. Gelet op zijn huidige vaardigheidsprofiel komt hij daar niet.
Alle reden om nu (in groep 6) te onderzoeken wat de oorzaak is en om er vervolgens wat aan te doen, als dat mogelijk blijkt. Er kan na onderzoek namelijk blijken dat deze leerling (om een verschillende redenen) al optimaal presteert, maar dat is dan goed om te weten. We hebben dan in elk geval de kans gehad om erger te voorkomen ...

woensdag 20 september 2017

Marcel Schmeier doet het weer!


Vandaag op de mat: 'Effectief rekenonderwijs op de basisschool'. 
Dit boek wordt na 'Expliciete Directe Instructie' (EDI) een nog groter succes! 
Alles klopt aan het boek: uitnodigend, zeer toegankelijk, helder geschreven, rijk geïllustreerd en de spijker op z'n kop. 
Dit hebben we nodig! Hier kun je wat mee. En ik weet zeker dat het zal leiden tot betere rekenresultaten. 



(klik op de afbeeldingen voor een vergroting)



dinsdag 12 september 2017

‘Kees moet van E- naar D-niveau’, is dat realistisch?


Bovenstaande is een ambitieuze doelstelling.
Maar is het ook realistisch?
(klik op de afbeelding voor een vergroting)


We hebben het hier namelijk niet over DLE's, die leervorderingen in beeld brengen, maar over deviatiescores die een positie op de frequentieschaal van zwak (laag scorend) naar goed (hoog scorend) aangeven. Een zwakke leerling zal op een DLE-schaal bij de volgende toets vrijwel zeker verder zijn, maar op een frequentieschaal wordt dat heel moeilijk. Als je een E-leerling bent, behoor je met je score tot de 10% zwaksten en 10% zwaksten zullen/moeten er óók bij de volgende toets weer zijn. Om daaraan te ontsnappen vraagt nogal wat ...

We geven een voorbeeld van een zwakke lezer
Kees leest op de SchoolVaardigheidsToets Technisch Lezen in april groep 4 helaas slechts 30 woordjes in de minuut. Dat is DLE 3 (15 maanden ‘achter’); op de frequentietabel van Cito is dat E. De school maakt zich zorgen en gaat keihard met Kees aan de slag. Een jaar later is de score 95 woordjes in de minuut, 65 woordjes méér! Dat is DLE 15, een vooruitgang van maar liefst 12 maanden, waar 10 gemiddeld is! Een prestatie van formaat, die je van zo’n zwakke lezer eigenlijk niet mag verwachten. Even kijken waar die 95 woordjes op de Cito-schaal staan … een E ?!?!?! Ja helaas, hij hoort met deze score op dat moment nog steeds tot de 10% zwakst scorende leerlingen ... Wat vraag je wel niet van deze zwakke, doorgaans minder begunstigde, leerlingen als je ze van E naar D wilt brengen?!? Het onmogelijke, zou ik zeggen. Zeker als je ze wilt brengen van V naar VI, omdat V hoort bij de zwakste 20%. De stap is dan nog veel groter … In het meest extreme geval moet je ze bij E naar D van percentiel 1 naar 11 brengen, maar bij V naar IV van 1 naar 21 (!)
Daar komt nog bij dat die positie in de frequentietabel doorgaans niet te wijten is aan een gebrek aan motivatie of werklust. Het zit hem meestal in een mindere aanleg/rijpheid en dat is moeilijk te beïnvloeden.

Iets anders wordt het, wanneer de oorzaak gezocht moet worden in een gebrekkige didactiek/instructie of te weinig oefening. Het is daarom sowieso noodzakelijk in dergelijke gevallen eerst te zoeken naar de oorzaak om te bepalen of er een reële kans van slagen is.

Maar ... misschien is het nòg beter je eerst af te vragen of je ontwikkelingsdoelen überhaupt (nog)* wel moet/kunt formuleren in termen van deviatiescores/posities op een frequentieschaal (!)

Er zijn voldoende alternatieven** die een veel beter inzicht geven in voortgang en niveau. Bovendien zijn ze kindvriendelijker ...

*) Het is nog niet zo lang geleden dat je nog de volgende doelstelling kon lezen: ‘Basisscholen en speciale basisscholen streven er naar dat alle leerlingen in een schooljaar op de Cito Leeswoordenschattoetsen minstens een niveau opschuiven. Dat wil zeggen dat E-leerlingen D-leerlingen worden, etc.’ Lees het hier: 'Leesproject mislukt'

**) Cito geeft naast A/E en V/I (percentielen) ook functioneringsniveaus en vaardigheidsscores. De SchoolVaardigheidsToetsen geven naast A/E en V/I ook DLE's, percentielscores en vaardigheidsscores.

dinsdag 11 juli 2017

DLE's gebruiken bij het volgen van leerlingen


     
Op de website van ParnasSys trof ik een heldere uitleg aan van bovenstaande titel.
Ik neem die tekst graag op in deze blog.


In het basisonderwijs worden kinderen regelmatig getoetst. Om een toetsscore van een leerling betekenis te kunnen geven, moet deze worden geïnterpreteerd. Een toetsscore alléén zegt immers weinig.

Auteur: Machiel Karels, onderwijskundig accountmanager ParnasSys.
Met dank aan 
Johan Schokker, methodoloog bij Boom test uitgevers.

Normscores
Om toetsscores te kunnen interpreteren, moet gebruik worden gemaakt van normscores. Veel scholen gebruiken daarvoor de Cito-niveaus A-E of I-IV. De voortgang van een leerling kan dan met behulp van vaardigheidsscores in beeld worden gebracht. Maar dat is niet de enige manier om de voortgang weer te geven.


DLE: niveau én voortgang
Een alternatief voor de vaardigheidsscores zijn de zogenoemde Didactische Leeftijds Equivalenten (DLE’s). Met een DLE kunnen zowel het niveau van de leerling als zijn of haar voortgang op inzichtelijke wijze worden weergegeven.
Het DLE relateert het beheersingsniveau aan de onderwijsmaand. De onderwijsmaand wordt uitgedrukt als Didactische Leeftijd (DL). Gerekend vanaf groep 3 bestaat het basisonderwijs uit 6 leerjaren. Elk leerjaar heeft 10 onderwijsmaanden. De maanden juli en augustus worden namelijk niet meegerekend. Een basisschoolleerling heeft dus aan het einde van zijn basisschoolloopbaan een DL van 60 onderwijsmaanden.

Onderwijstijd en score
Het DLE drukt de toetsscore uit in de onderwijsmaand waarop een basisschool-leerling gemiddeld dat niveau bereikt.

Enkele voorbeelden
Anja uit groep 6 heeft in december van dat schooljaar een DL (Didactische Leeftijd) van 34 maanden. Zij heeft immers 34 maanden onderwijs gehad, gerekend vanaf begin groep 3.
Anja haalt nu op een toets een DLE van 34. Dit betekent dat de Didactische Leeftijd precies overeenkomt met het gemiddelde van de normgroep. Anja heeft dus een gemiddeld leerrendement, om precies te zijn 100%.
Kees zit in dezelfde klas en haalt op hetzelfde moment een toetsscore van 24. Zijn achterstand is dan 10 maanden. Kees heeft namelijk ook 34 maanden onderwijs gehad, maar scoort alsof hij 24 maanden onderwijs heeft gehad. Zijn leerrendement is 70%. De formule voor het leerrendement is: DLE/DL x 100 = leerrendement.

Voordelen DLE methodiek
Het voordeel van de DLE-methodiek is dat het voor iedereen helder is en voor elke toets hetzelfde. Op deze manier zijn ook de prestaties op de toetsen onderling vergelijkbaar.
Met een DLE kan de school de onderwijspositie van een leerling ook duidelijk én eenduidig communiceren naar de ouders.

DLE boek
In de nieuwe druk van het DLE Boek zijn de DLE-schalen van bijna alle in het Nederlandse basisonderwijs bruikbare testen opgenomen. Door een nieuwe, heldere vormgeving van de tabellen wordt in één oogopslag duidelijk hoe de DLE-schaal is opgebouwd, en welke score een leerling op welk moment in het leerjaar zou moeten behalen zodat er van een leerachterstand geen sprake is. In deze nieuwe druk zijn bovendien zowel de oude als de nieuwe Citonormeringen opgenomen, zodat scholen die indien gewenst nog kunnen vergelijken.

Aanbod ParnasSys gebruikers
Als gebruiker van ParnasSys kunt u gebruikmaken van de meest recente DLE-schalen. Voorwaarde hiervoor is dat u beschikt over het DLE Boek. Dankzij de goede relatie tussen ParnasSys en Boom test uitgevers kunt u het nieuwe DLE Boek nu met korting bestellen: wanneer u het Boek aanschaft in combinatie met een abonnement op de aanvullingen, ontvangt u maar liefst 30% korting op het DLE Boek.
U betaalt dan slechts € 77,00 én u ontvangt de aanvullingen altijd met 10% korting.

DLE boek bestellen
Het gebruik van DLE’s voor het volgen van leerlingen in het basisonderwijs, nieuwe druk DLE Boek (Gerard Melis, Boom test uitgevers, 2015).
Op de site van Boom test uitgevers kunt u het DLE boek met korting bestellen.

donderdag 20 april 2017

IEP Eindtoets sluit aan op Schoolvaardigheidstoetsen van Boom test onderwijs


Judith Rood, uitgever van Boom test onderwijs, legt uit dat de opgaven van de IEP Eindtoets goed aansluiten op de Schoolvaardigheidstoetsen, het leerlingvolgsysteem van Boom test onderwijs.


Hebt u dit jaar de IEP Eindtoets afgenomen? 
Wist u al dat deze eindtoets uitstekend aansluit op het leerlingvolgsysteem van Boom test onderwijs?
'De SVT's toetsen wat je wil weten en dat is precies wat de IEP ook doet,' aldus uitgever Judith Rood van Boom test onderwijs. 'Je test dus bijvoorbeeld geen leesvaardigheid als het om rekenen gaat. De SVT Rekenen-Wiskunde bevat daarom zo veel mogelijk context-arme sommen. Ook bijvoorbeeld de SVT Spelling past in deze visie. Daarin is een ouderwets dictee opgenomen: de leerkracht leest de woorden voor en de kinderen schrijven het op. Daarmee toets je daadwerkelijk het spellen en niet het herkennen van woorden.'

Andere voordelen
Judith Rood noemt ook de andere voordelen van de SVT's: 'Het leerlingvolgsysteem van Boom test onderwijs bestaat uit de SVT's Technisch Lezen, Begrijpend Lezen, Hoofdrekenen, Rekenen-Wiskunde en Spelling.' 

De voordelen van de SVT's op een rijtje:

  • Op elk moment in het jaar af te nemen
  • Methodeonafhankelijk 
  • Sluiten aan bij de referentieniveaus
  • Handmatig scoren, snel en gemakkelijk online normeren
  • Rapportage in niveaus A-E en I-V, percentiel en DLE
  • Vaardigheidsscores voor Begrijpend Lezen, Spelling en Rekenen-Wiskunde
  • Voor Technisch Lezen wordt ook het AVI-niveau gerapporteerd
  • COTAN- en Expertgroep Toetsen PO-OK!
  • Toegelaten door de Onderwijsinspectie
  • In te zetten voor indicatiestelling LWOO en PrO


dinsdag 11 april 2017

Kleuter kan helemaal niet blijven zitten

Onderstaande bijdrage in Trouw van 6 april 2017 sluit helemaal aan bij hetgeen ik in deze blog regelmatig naar voren probeer te brengen. 
Omdat ik het niet beter kan zeggen, leg ik de bijdrage vast in deze blog, zodat hij langer dan 'in de krant van gisteren' in ons blikveld kan blijven. 


Kleuter kan helemaal niet blijven zitten

Langer kleuteren levert geen hogere cijfers op, maar is goed voor het welzijn van het kind, aldus Erica Ritzema, kernlid van de Werk-Steungroep Kleuteronderwijs (WSK).

Kleuters die nog een (half) jaartje extra kleuteren zijn volgens de leerkracht gewoon nog niet toe aan groep 3. De inspectie wil daar goede redenen voor horen, omdat wetenschappers er niet van overtuigd zijn dat doorkleuteren meerwaarde heeft op de lange termijn.

Dat getuigt van weinig inzicht in de ontwikkeling van het kleuterbrein. Doorkleuteren is niet bedoeld om de leerresultaten op lange termijn te verhogen, maar om het kind verantwoord de overstap naar groep 3 te laten maken. Die beslissing voorkomt dat het kind beschadigd wordt en voor de rest van zijn leven een hekel aan school heeft. 

Zo'n besluit heeft wel degelijk positieve effecten op de lange termijn, alleen geen direct meetbare. En aangezien wij in een doorgeslagen meetcultuur leven, tellen ze dus niet mee. Langer kleuteren levert geen cognitieve resultaten, maar wel succeservaringen op en houdt het welzijn en de stabiliteit van het kind in stand. Daar heeft het levenslang profijt van.

De term doorkleuteren deugt niet
Als een kind in zijn ontwikkeling nog een kleuter is, kleutert hij niet dóór maar vérder. Hij is gewoon zichzelf en dient zich, volledig in harmonie met zijn eigen kunnen, te mogen ontwikkelen. Dat noemen we aansluitend onderwijs en daarop heeft ieder kind recht.

Demissionair staatssecretaris Dekker gaat met zijn streven naar 1,5 procent zittenblijvers aan dat recht voorbij. Een schoolkind blijft zitten als het zich de stof niet voldoende eigen heeft gemaakt om door te kunnen stromen naar de volgende groep. Een kleuter blijft echter langer in de kleutergroep, omdat hij zich op grond van zijn neurologische ontwikkeling de stof nog niet eigen kán maken.

Wanneer je een groep met betrekkelijk jonge kleuters hebt, is de kans groot dat je omwille van dat zittenblijverspercentage kleuters door laat gaan die daar niet aan toe zijn. Het zou interessant zijn om uit te rekenen wat latere uitval kost aan zorg van ergotherapeuten, schoolpsychologen, logopedisten, assertiviteitstrainingen en wat we verder aan aanbod hebben.

Geen garantie
Ook een hoge Citoscore blijkt geen garantie voor een succesvolle overgang. Die uitkomst geeft slechts een afwijking van een (variabel) gemiddelde, maar zegt niets over het individu en eigenschappen als creativiteit, daadkracht, discipline, doorzettingsvermogen, nieuwsgierigheid, taakbewustzijn, geduld, sociaal gedrag en zelfstandigheid.

Cito heeft het kleuteronderwijs inhoudelijk veel schade toegebracht. 
Ondanks de motie-Rog (aangenomen 5 november 2013) wordt 80 procent van de kleuterleerkrachten door directies en besturen nog verplicht te toetsen om vervolgens afgerekend te worden op de resultaten. 

Terwijl er tot 11 maanden leeftijdsverschil kan zitten tussen een jong en een ouder kind in groep 2. Men vergelijkt de prestaties van een zuigeling van 7 maanden toch ook niet met die van een peuter van anderhalf. Dat verschil in levenservaring is enorm en wordt niet meegenomen in kleutertoetsen. 

'Citogesjoemel'
Er is breed sprake van 'Citogesjoemel' om kinderen aan de eisen van toetsen te laten voldoen en daardoor wordt uit angst meegewerkt aan kunstmatige handhaving van wanbeleid. Op een bijeenkomst van de Werk-/Steungroep Kleuteronderwijs vertelde een leerkracht dat een kind de juiste antwoorden al had onderstreept voor zij één vraag gesteld had, omdat ouders de toets op Marktplaats hadden gekocht.

Om weer aan te kunnen sluiten op het kind, zijn goede leerkrachten nodig die massaal durven weigeren dit absurdistisch theater in stand te houden. Onderwijsland heeft behoefte aan een nieuwe roerganger met gezond verstand, die kleutertoetsen onmiddellijk verbiedt en zorgt voor gespecialiseerde opleidingen, zodat er rust en ruimte komt voor leerkracht en kind.
-->

vrijdag 24 maart 2017

Schoolvaardigheidstoetsen van Boom nu rechtstreeks in ParnasSys te normeren


Gebruikers weten dit al enige tijd, 
maar het is ook op deze plek het vermelden waard:





woensdag 8 maart 2017

Het toetsen van Technisch Lezen kan anders!


Bij het toetsen van het Technisch Lezen gaat men uit van opvattingen die leiden tot een bepaalde manier van toetsen. Ik vind dat je er op een andere manier tegenaan moet kijken. Dat leidt natuurlijk ook tot een andere toets ... 

(klik op de afbeelding voor een vergroting)

Ik stel drie veranderingen voor:

Ten eerste

Er wordt in ons land doorgaans getoetst met leestoetsen die bestaan uit rijen woordjes in betekenisloos verband. Als de resultaten tegenvallen, wil men nog wel eens doortoetsen met rijen ‘onzinwoorden’.

Ik vind dat je Technisch Lezen moet toetsen met een tekst. Want … waar gáát het in het ‘leesleven’ nu eigenlijk om? Om het lezen van rijtjes woorden in betekenisloos verband of om het lezen van ‘onzinwoorden’? Lijkt me niet, dat komt in de praktijk van het lezen immers zelden of nooit voor.

Het gaat juist om teksten met woorden in betekenisvol verband, zoals mededelingen, instructies, verhalen, artikelen enz. Daar moet je het mee doen! 
Een tekst, die opklimt in moeilijkheid door te beginnen met korte woorden in korte zinnen en te eindigen met lange woorden in lange zinnen, lijkt mij daarvoor het beste. 
Eén leeskaart (en een parallelkaart) volstaat voor alle groepen: de leerling komt immers bij de volgende afname (hij mag exact 1 minuut lezen) verder in de tekst en heeft dan een hogere score.

Ten tweede

Van het te gebruiken lettertype bij de toets vindt men gewoonlijk dat dit sober (kaal) en eenvoudig moet zijn, om het de leerling niet te moeilijk te maken. 

Ik vind juist van niet: het lettertype moet 'aangekleed' zijn om het onderscheid tussen de letters groter te maken. Kijk eens naar onderstaand voorbeeld:
Times New Roman vind ik een lettertype dat daarvoor in aanmerking komt. Daarvoor zijn twee redenen. We komen dit lettertype het meest tegen in teksten en ik heb een voorkeur voor de schreefletter. Ik ben er namelijk overtuigd dat dit lettertype meer ‘letterinformatie’ biedt aan met name de zwakke en dyslectische lezer. Vergelijk maar eens de p, b en d bij beide types. De schreefletters (linksboven) onderscheiden zich sterker van elkaar. Zet de letters in gedachten maar eens allemaal met de stok links en het ‘rondje’ rechtsboven: de schreefletters zijn verschillend, de schreefloze letters zijn gelijk…

Ten derde

'Kleine kinderen, grote letters'hoor je vaak en ... dat zie je dan ook! Ik vraag me af waarom dat nodig is. Ik zie daar geen enkele aanleiding toe. Sterker nog, het is mijn ervaring dat kleine kinderen kleine tekens heel goed kunnen zien. Ik herinner me nog goed de peuter, die nauwelijks het babystadium was ontgroeid en slechts en enkel woordje kon spreken. In de strip van Jan Kruis stond op het toch al kleine nachtkastje een wekker. 'Klok!', riep hij en wees hem aan. Ik kon hem nauwelijks onderscheiden ... Ik bedoel maar.

Informatie over de Schoolvaardigheidstoets Technisch Lezen vindt u hier. 

zaterdag 28 januari 2017

Waarom alleen van eindtoets veranderen?

U hebt al gemerkt dat veel scholen overstappen naar een andere eindtoets. ...
Maar is het u ook opgevallen dat er de laatste tijd steeds vaker publicaties verschijnen waarin de validiteit van bepaalde toetsen voor het leerlingvolgsysteem in twijfel wordt getrokken (wordt er wel getoetst wat de maker beweert)?  En hebt u gezien dat in het merendeel van die publicaties de onvoldoende/afwezige validiteit bovendien wordt aangetoond met onderzoekgegevens?* 

Er is een grond voor die twijfel:

  • Als je het technisch lezen wilt toetsen, kan dat dan wel met meerkeuzevragen of met alleen 'losse' woordjes?
  • Als je het (technisch) rekenen wilt toetsen, lukt dat dan wel door de som in een tekst te 'verpakken'?
  • Als je het spellen wilt toetsen, is dat dan wel mogelijk met meerkeuzevragen?
  • Als je het begrijpend lezen wilt toetsen, doe je dan een groot deel van de leerlingen niet tekort wanneer je de teksten erg complex en lang maakt?

Bij de Schoolvaardigheidstoetsen lopen wij die risico’s liever niet,
wij blijven zo dicht mogelijk bij de kerntaak:


  • SVT Technisch Lezen:
    hoeveel woordjes kan de leerling in een tekst (de kern van de leestaak), die in moeilijkheid oploopt, correct voorlezen binnen een minuut?
  • SVT Hoofdrekenen:
    hoeveel plus-, min-, keer- en deelsommen tot 100 (de basis van het rekenen) kan de leerling foutloos maken binnen vijf minuten?
  • SVT Spelling: 
    hoeveel voorgelezen woorden kan de leerling zonder fouten opschrijven (de kern van het spellen)?
  • SVT Rekenen-Wiskunde:
    hoeveel ‘kale’ en met weinig woorden gepresenteerde sommen (het gaat om het rekenen, niet om de taal) kan de leerling foutloos maken?
  • SVT Begrijpend Lezen: 
    hoeveel vragen kan de leerling correct beantwoorden over korte stukjes tekst (het gaat om het begrip)?

Overstappers
Er zijn (groepen van) scholen die op dit moment overstappen naar het alternatief: de SchoolVaardigheidsToetsen van Boom. Zij betrokken bovenstaande in hun overwegingen. 
De overstappers naar een andere eindtoets hebben zo hun redenen. De overstapper naar een ander leerlingvolgsysteem hebben die ook ...

*) En dat, terwijl de COTAN de validiteit als voldoende/goed beoordeelde (!)

woensdag 25 januari 2017

Werkdruk verminderen? Pak je volgsysteem aan!


De wet- en regelgeving van 2014 (Wet Eindtoetsing PO en Toetsbesluit PO) biedt scholen naast de verplichting tot het hanteren van een leerling- en onderwijsvolgsysteem anderzijds heel veel ruimte voor een eigen invulling, die veel soberder kan zijn dan op dit moment vaak gebruikelijk is.



Bovendien hanteert de onderwijsinspectie met ingang van 1 februari 2016 voor de beoordeling van de tussenresultaten geen eigen normen meer. Daardoor valt er bij de scholen een grote druk weg, die leidde tot zeer ongewenste praktijken (zie: Het kwartje is gevallen ... ). De inspectie vroeg tot die datum namelijk naar de LVS-toetsresultaten van Technisch Lezen (TL) in groep 3 en groep 4, Rekenen en Wiskunde (RW) in groep 4 en groep 6 en Begrijpend Lezen (BL) in groep 6.
Dit betekent eveneens dat een oordeel over de tussenresultaten niet langer betrokken wordt bij het eindoordeel over de school. De school volgt de leerlingen dus (weer) 'voor eigen gebruik'. De inspectie blijft in het toezicht wel aandacht schenken aan hoe scholen de ontwikkeling van leerlingen volgen en de wijze waarop dit tot conclusies over het onderwijs leidt. 


De school mag echter zelf bepalen op welke wijze en 
met welke middelen zij dit doet!
(wanneer de school er voor kiest landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen te gebruiken, dan moeten deze door de Cotan -nu de Expertgroep Toetsen PO- zijn beoordeeld met tenminste 'voldoende')


Onderstaande werkwijze acht ik meer dan voldoende:

Groep 1 en 2: observeren
In groep 1 en 2 is het toepassen van landelijk genormeerde toetsen onwenselijk vanwege de vele bezwaren die eraan kleven. We beperken ons daar dan ook tot het (gestructureerd) observeren en registreren van in hoofdzaak de functieontwikkeling.
Groep 3 t/m 8: bewaken

Bewaken van de voortgang in de leerstof
Omdat de methodgebonden toetsen en de observaties van de leerkracht er al voor zorgen dat de voortgang in de leerstof wordt bewaakt is in groep 3 t/m 8 in principe eens per jaar (in april) toetsen met landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen voldoende.

Bewaken van het niveau
De landelijk genormeerde, methodeonafhankelijk toetsen zijn er namelijk 'slechts' voor om het niveau te bewaken: lopen we een beetje in de pas met onze manier van werken? 

Bewaken van het ontwikkelingsperspectief
Verder zijn de landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen handig om voor de leerling het ontwikkelingsperspectief  te bewaken.

In principe eens per jaar toetsen met landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen lijkt ten opzichte van de huidige praktijk wellicht weinig, maar op de cruciale momenten gebeurt het wèl twee keer per jaar (zie het afnameschema hieronder: alleen in de groepen 3, 6 en 7 wordt er maar eens per jaar getoetst). En nogmaals, het gaat hier om niveaubewaking (kwaliteitsbewaking t.o.v. de landelijke norm) en daarvoor is negen keer toetsen in de schoolloopbaan (inclusief de eindtoets) meer dan voldoende!          
Aanvulling in groep 4 en 5
In de groepen 4 en 5 wordt in november aanvullend het technisch lezen en hoofdrekenen getoetst, omdat die ontwikkeling daar een stuk sneller gaat.
Groep 8 in november
In groep 8 wordt het toetsen verplaatst naar november, vanwege het vroegtijdig kunnen opmaken van een schooladvies en vanwege de eindtoets die in april/mei wordt afgenomen.

(klik op de afbeeldingen voor een vergroting) 

Komt eruit wat erin zit (opbrengsten)? 
Om na te gaan of eruit gekomen is wat erin zit, kan in groep 6 en/of in groep 7 of 8 een klassikale intelligentietest worden afgenomen, waarmee tevens een (pré)advies VO kan worden geformuleerd. Een afname in het begin van groep 6 is aan te bevelen, omdat er dan bij een ongewenst verschil tussen aanleg en resultaat nog voldoende tijd is om er iets aan te doen. Vóór groep 6 kan de school vertrouwen op de leerkracht, hetgeen tevens de nodige rust met zich meebrengt (geeft de leerlingen de ruimte).
Zie ook: 'Scholen willen eruit halen wat erin zit', maar wéten ze wel wat erin zit?
Aanvulling in groep 6, 7 of 8
Aanvullend kan in groep 6, 7 of 8 nog een test worden afgenomen, die iets zegt over de leermotivatie, het doorzettingsvermogen en het zelfvertrouwen.
Voor het observeren van de funktieontwikkeling werd indertijd OPFO en LVS 1-2 ontwikkeld, maar er zijn onderhand vele -soms door de school zelf ontwikkelde- alternatieven voorhanden. 
Naast de materialen van het Cito, zijn voor de niveaubepaling de Schoolvaardigheidstoetsen zeer geschikt, vanwege hun sobere karakter (weinig en beknopte materialen) en verminderde taligheid (weinig en beknopte teksten). Bovendien lenen ze zich door hun constructie uitstekend voor het maken van trendanalyses en opbrengstmetingen (komt eruit wat erin zit?). 
Voor de eventuele klassikale intelligentiemeting zijn er de Tussentest (voor groep 6)* en de Drempeltest (voor groep 7 of 8)*. 
De LeerMotivatieTest* kan aanvullend worden afgenomen in groep 6, 7 of 8.
Alle genoemde landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen zijn door de Cotan/Expertgroep toetsen PO goedgekeurd (een wettelijke vereiste) en dus door de inspectie toegelaten.

*) Het mag inmiddels bekend zijn dat ik een sterke voorkeur heb voor het óók afnemen van deze toetsen.