Onderwerpen

vrijdag 23 maart 2012

De toets zèlf is het probleem niet ...





Wanneer er op deze manier wordt omgegaan met toetsen, gaat het ècht de verkeerde kant uit: zo moet het absoluut niet!



Op de website van PRAVOO vinden we de volgende ‘aanbieding’


‘ … een boek met leeractiviteiten die aansluiten bij de leerdoelen van de toets. Het hulpboek bevat ruim 100 pagina’s hulpprogramma’s en kan ingezet worden voordat u de toets afneemt …’



Met ‘de toets’ wordt hier bedoeld ‘ Rekenen voor kleuters, voor groep 1 en 2’ van het Cito, waarvan zij zelf zegt: ‘Met het toetspakket Rekenen voor kleuters volgt u de vorderingen van kinderen op het gebied van voorbereidend rekenen in groep 1 en 2 en brengt u het ook goed in kaart. U krijgt inzicht in wat de leerling beheerst op het gebied van getalbegrip, meten en meetkunde.'
Daar lijkt mij niks mis mee ...

PRAVOO zegt: ‘ Vanuit de praktijk is er een grote vraag naar een boek met leeractiviteiten die aansluiten bij de leerdoelen van de toets.’


Tsja, wat zou jij doen als je wordt afgerekend op de toetsscores? Je zorgt linksom of rechtsom dat ze zo hoog mogelijk zijn, toch? Ik denk dan ook dat we het de scholen niet kwalijk kunnen nemen als zij zich laten verleiden tot dit soort praktijken. Ze worden er min of meer toe gedwongen, met alle kwalijke gevolgen van dien.


Op de website van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) vinden we daarover een verhelderend stuk:


Prestatie-indicatoren hollen het onderwijs uit

Naarmate men meer waarde hecht aan een indicator (de score op een test) wordt deze indicator minder betekenisvol. Dit mechanisme is ook wel bekend onder de naam indicatorparadox. Dit doet zich voor wanneer een indicator strategisch gedrag uitlokt en zodoende haar eigen validiteit ondergraaft.
In het onderwijs wordt in dit verband wel gesproken over teaching to the test. De wens om schoolprestaties meetbaar te maken leidt er toe dat zij minder meetbaar worden, althans met het daarvoor ontwikkelde instrumentarium. Een voorbeeld hiervan kunnen we zien in bedrijfjes die tegen een behoorlijke vergoeding kinderen voorbereiden op de CITO-toets (niet goed geld terug?!?). Iets vergelijkbaars zien we in scholen die omwille van hun plek op de hitlijst ervoor kiezen ‘risicokinderen’ (die wel eens niet zouden kunnen slagen voor hun eindexamen) in de voorlaatste klas te laten doubleren. De beoordeling van de school wordt er beter van… , maar de school zèlf wordt niet werkelijk beter wanneer ze een ander doublurebeleid voert.

In een aantal staten van de VS worden scholen en leraren strikt afgerekend op de scores die leerlingen halen op bepaalde testen. Resultaat: het curriculum is zodanig ingericht dat alles in het teken staat van een goede testuitslag. Onderdelen zijn uit het studieprogramma geschrapt, omdat ze niet in de test terugkomen. Met de invoering van deze systemen kwam ook de aanhoudende stroom geruchten opgang: er zou veel gesjoemeld worden.

Wat begon als een poging om het onderwijs te verbeteren, resulteerde in een uitgehold curriculum en gedemotiveerde docenten. Docenten die zijn verworden tot, tsja wat eigenlijk ..., toetsvoorbereiders? Hoe zat dat ook alweer met het kind en het badwater?

In de staat Florida kunnen we zien hoe ver dergelijke systemen kunnen gaan. Men heeft daar sinds een aantal jaren het FCAT test systeem ingevoerd. FCAT is ontwikkeld om de vaardigheid van leerlingen op het gebied van lezen en wiskunde in kaart te brengen. Op basis van de scores van de leerlingen wordt ook een klasscore en een schoolscore berekend. De financiering van scholen hangt af van de FCAT scores!
Bron: RUG
Normen waardeloos
In ons land zien we dat er door deze praktijken geen sprake meer is van de gewenste methode-onafhankelijke toetsing: de inhoud van het hulpboek is in feite een door de toets bepaalde methode, waarvan de resultaten dan weer worden getoetst met de toets die ‘voorschrijft’ wat er geleerd moet worden ... De normering wordt hierdoor volledig onderuit gehaald en is waardeloos! Je kunt er niet meer op vertrouwen, want de leerlingen in de steekproef hebben niet kunnen oefenen voor de toets. Jammer van al die moeite die de toetsenmaker heeft moeten doen om betrouwbare normen te krijgen.

Nog erger
Er is nog iets, dat in mijn ogen erger is. Stel dat je als school niet mee wilt doen aan deze praktijken. Je hanteert de toets als een methode-onafhankelijk instrument om na te gaan of je er met jouw manier van werken in geslaagd bent de kinderen te leren wat je wenst. Jouw scores zullen lager zijn dan van de overige scholen die voor de toets geoefend hebben … Dat roept bij de onderwijsinspectie vragen op, want die gaat -los van de normering van de toets- op basis van eigen onderzoek normen aanleggen waarmee ze scholen vergelijkt. Het zit er dik in dat jouw school dan bij ‘vergelijkbare scholen’ (!) onderaan komt te bungelen. Je kunt zelfs het predicaat ‘zwak’ of ‘zeer zwak’ krijgen, terwijl je volgens de normen bij de toets voldoende scoort!

'Oplossing'
Hoe los je dit op? Je kunt ook gaan oefenen, maar als je de zaak toch gaat flessen, kun je met behoud van je eigen uitgangspunten, doelen en manier van werken ook gewoon de gewenste scores voor de leerlingen zèlf gaan invullen (hoef je de toets ook niet meer te laten maken en weer gewoon vertrouwen op je eigen observatievermogen). Je voorkomt veel gestress en andere ellende en krijgt geen commentaar van de onderwijsinspectie. Deze ‘oplossing’ lijkt bizar, maar verschilt in feite weinig van de eerste (oefenen voor de toets). Een tussenoplossing is de leerlingen helpen (voorzeggen) tijdens de toets, maar –nogmaals- waarom zoveel drukte als je de boel toch besodemietert?

De norm
Na al deze gekheid snap je wel wat mij voor ogen staat: ga de toetsen weer gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn. En dat is nagaan of je geslaagd bent in hetgeen je voor ogen had. Daarbij mag je best bekijken hoe de resultaten zich verhouden tot de landelijke norm, maar dat hoeft niet aan de grote klok te worden gehangen. Als je hebt vastgesteld dat je er minder hebt uitgehaald dan erin zit, ben jij de eerste die daar wat aan wil doen! En wat je daarbij moet weten, is dat het een normaal verschijnsel is, wanneer blijkt dat ongeveer de helft van de leerlingen onder norm scoort. Het is nu eenmaal zo dat bij een norm er evenveel leerlingen boven als onder zitten … We kunnen ze niet allemaal op de norm krijgen. Mochten we daar -bijvoorbeeld door de zaak te flessen- wel in slagen, dan moeten we opnieuw normeren, want er moeten nu eenmaal evenveel onder als boven zitten … Dat moeten we gewoon accepteren als een feit. Daarom hoeft er ook niet voor de leerlingen die eronder zitten in de meeste gevallen een handelingsplan te worden gemaakt. Dat is alleen nodig wanneer we met bijvoorbeeld de Tussentest (intelligentietest) in groep 6 hebben vastgesteld, dat er meer in zit dan eruit komt. Dat geldt overigens ook voor de leerlingen die boven de norm scoren! Wanneer een leerling een perspectief havo heeft, terwijl blijkt dat er royaal vwo inzit, dan moeten we daar aan werken.

Stoppen
Nou ja, zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, maar de conclusie moet zijn: laat de toets een instrument zijn in handen van de leerkracht voor eigen gebruik. Hou op met het rapporteren van toetsresultaten aan derden en stopt met de afrekencultuur. Dat laatste brengt veel meer kwaad dan goed voor het onderwijs.

Er zijn andere -veel betere- manieren om de kwaliteit van het onderwijs te versterken. En wanneer je scholen zou willen beoordelen, moet je nagaan of ze eruit hebben gehaald wat erin zit. Dat zou dan moeten gebeuren met voor de school onbekende instrumenten die worden afgenomen door medewerkers van de inspectie.