Onderwerpen

vrijdag 29 juni 2012

DLE en Cito door één deur!


Cito heeft onlangs bekend gemaakt een alternatief leerlingrapport te bieden. Zij introduceert daarbij het ‘functioneringsniveau’ van een leerling. Het geeft aan met welke gemiddelde leerling in het reguliere basisonderwijs de vaardigheidsscore van de getoetste leerling te vergelijken is. Dit functioneringsniveau is alleen bedoeld om op een eenvoudigere wijze over de vaardigheidsscore van een leerling te communiceren.
 
Dat is nou precies wat ik als ‘DLE-er’ altijd heb gewild ... Wat mij betreft kunnen DLE en Cito nu door één deur!
Aan het slot van de flyer 'Cito en DLE, hoe zit het daarmee?' concludeert het Cito:
Onze keuze om niet te werken met DLE’s is zeer fundamenteel. Natuurlijk realiseren wij ons dat de vraag leeft bij school en ouders waar de leerling staat in zijn ontwikkeling. Het Cito Volgsysteem primair onderwijs biedt dat antwoord. Wilt u de achterstand of voorsprong van een leerling bepalen? Kijk dan naar de groei in vaardigheid, zoals weergegeven op het alternatieve leerlingrapport en naar het functioneringsniveau van de leerling. Het functioneringsniveau van een leerling geeft aan met welke gemiddelde leerling in het reguliere basisonderwijs de vaardigheidsscore van de getoetste leerling te vergelijken is. Dit functioneringsniveau is alleen bedoeld om op een eenvoudigere wijze over de vaardigheidsscore van een leerling te communiceren.
 Cito adviseert om geen conclusies te trekken, die enkel gebaseerd zijn op het functioneringsniveau. De vaardigheidsscore gecombineerd met uw kennis over welk onderwijsaanbod de leerling heeft gehad, geeft het meest betrouwbaar aan wat een leerling kan. Wilt u meer weten over de interpretatie van vaardigheidsscores? Lees dan onze flyer 'Toetsscore, vaardigheidsscore ... en dan?' en in de handleidingen van de Toetsen speciale leerlingen.
In die flyer geeft het Cito onderstaand voorbeeld met de bijbehorende tekst:
... Leerlingen met een achterstand behalen meestal een vaardigheidsniveau E of V. Deze niveau- aanduiding zegt niets over de groei die zij doormaken. Daarom staat in het alternatief leerlingrapport de ontwikkeling van de vaardigheidsscore in de tijd centraal. U ziet dan in één oogopslag of er sprake is van groei.
In figuur 2 ziet u een voorbeeld van een alternatief leerlingrapport. Uit de grafiek leest u eenvoudig af dat de rekenvaardigheid van Shelly zich wel ontwikkeld heeft, maar vanaf het schooljaar 2008-2009 beduidend langzamer dan gemiddeld. Zo behaalde ze in januari 2009 – toen ze in groep 4 zat – nog een gemiddelde vaardigheidsscore. Vanaf dat moment gaat haar ontwikkeling minder hard dan gemiddeld. Zo behaalt ze in eind groep 5, in juni 2010, een vaardigheidsscore die duidelijk onder het landelijke gemiddelde ligt.

Functioneringsniveau: score ten opzichte van het reguliere basisonderwijs
Zoals al eerder vermeld, is de niveauindeling A tot en met E of I tot en met V minder geschikt voor leerlingen met achterstand in het basisonderwijs, maar zeker ook in het speciaal (basis)onderwijs. Om de interpretatie van de toetsresultaten van deze leerlingen te vergemakkelijken, heeft Cito functioneringsniveaus geïntroduceerd. Een functioneringsniveau geeft aan met welke gemiddelde leerling in het reguliere basisonderwijs de vaardigheidsscore van de getoetste leerling te vergelijken is. In het Computerprogramma LOVS kunt u bij het alternatieve leerlingenrapport ervoor kiezen om het functioneringsniveau weer te geven. In het voorbeeld van figuur 2 hebben we dit ook gedaan.
In de linkerkolom van de tabel onder de grafiek leest u af dat Shelly halverwege groep 6 een vaardigheidsscore behaalt die te vergelijken is met de vaardigheidsscore van een gemiddelde leerling in het reguliere basisonderwijs medio groep 5. Overigens kunt u op basis van de functioneringsniveaus van Shelly ook constateren dat de toetsen die zij in groep 6 heeft gemaakt te moeilijk voor haar zijn. Cito adviseert om zeker bij leerlingen die een achterstand van een jaar of meer hebben, die toets te kiezen die het best past bij het niveau van de leerling en het onderwijs- aanbod. Via de vaardigheidsscore zijn de resultaten van deze leerling altijd te vergelijken met die van leerlingen die toetsen van een ander niveau hebben gemaakt.
Het functioneringsniveau is alleen bedoeld om op een eenvoudigere wijze over de vaardigheids- score van een leerling te communiceren. Cito adviseert om het onderwijsaanbod niet uitsluitend te baseren op het functioneringsniveau. De vaardigheidsscore gecombineerd met uw kennis over welk onderwijsaanbod de leerling heeft gehad, geeft het meest betrouwbare beeld over wat een leerling kan.

woensdag 13 juni 2012

Klas overslaan (versnellen)? Kijk uit!



Rond deze tijd krijg ik dikwijls vragen van ouders, van wie het kind een klas (of meer!) heeft overgeslagen:

de resultaten bij de Drempeltest vallen tegen!


Een voorbeeld 
Dirk bleek al in groep 2 heel goed mee te kunnen komen. Sterker nog, hij presteerde bovenmatig. Er werd besloten Dirk te versnellen; hij werd rond de jaarwisseling geplaatst in groep 3. Het ging goed en hij zat lekker in zijn vel. In groep 5 bleek Dirk zelfs, ondanks het feit dat hij zo’n jaar jonger was dan de gemiddelde leerling in die groep, evengoed de beste te zijn. Misschien nog een jaar overslaan om een eventueel onderpresteren te voorkomen? De school stemde erin toe en Dirk ging aan het eind van het schooljaar naar groep 7, waar hij zich wederom prima op z'n plek voelde en het behoorlijk goed deed. In april groep 7 deed hij mee aan de Drempeltest om vast een indicatie te verkrijgen omtrent de mogelijkheden m.b.t. het voortgezet onderwijs. Oei! Dat viel tegen … Ja, nipt havo en daar was dan ook alles mee gezegd.

Hoe was dat mogelijk?
Dirk had toch duidelijk meer in zijn mars? Die zou toch royaal vwo (gymnasium) moeten kunnen doen? Klopt. Maar … de Drempeltest gaat er vanuit dat de leerlingen die in april groep 7 meedoen aan de test gemiddeld zo’n 11 jaar oud zijn. En Dirk? Die was in januari pas 9 geworden! Hij was tijdens de testafname bijna twee jaar jonger dan de gemiddelde leerling. Daar houdt de test geen rekening mee, die gaat uit van de groepsnorm. Dirk had normaal gesproken de Tussentest (bestemd voor groep 6) moeten doen en zelfs daarvoor was hij bijna een jaar jonger dan de gemiddelde leerling geweest …

IQ opvragen
Je kunt in dergelijke gevallen het IQ opvragen, waarbij er wèl rekening wordt gehouden met de kalenderleeftijd (en daarbij zal Dirk ongetwijfeld hoger scoren), maar met een 'afwijking' van twee jaar kan de Drempeltest niet uit de voeten: 9-jarigen zaten niet in de steekproef. Om bij de IQ-berekening geen vertekening te krijgen, kun je een andere test doen waarbij er wèl 9-jarigen in de steekproef zaten (en daarbij zal Dirk heel hoog scoren), maar wat schiet je daar mee op? Je moet Dirk vergelijken met zijn groepsgenoten, omdat hij daarmee optrekt op zijn weg door het onderwijs.

'Te vroeg' naar het VO
Dirk zou bijna twee jaar ‘te vroeg’ naar het voortgezet onderwijs gaan en dan moet je -zo blijkt uit de Drempeltest- heel wat in je mars hebben als je daar dan zonder problemen de havo wilt doen. Dat wil je natuurlijk niet als er ook vwo (gymnasium) in zit. 
M.a.w. waarom zou je genoegen nemen met een havo-advies als je door een jaar langer de tijd te nemen kunt worden vergeleken met minder oudere klasgenoten, waardoor je een gymnasium-advies kunt krijgen? Dat jaar moet je nemen, zou ik zeggen ... Dirk is op het gymnasium veel beter op z'n plek en zal zich daar vast beter thuisvoelen.

Is dat wijs? 
Hoewel er ongetwijfeld bezwaren kunnen worden ingebracht, moet Dirk -lijkt me- toch maar dat jaar ‘langer’ de tijd krijgen op de basisschool (hij gaat dan evengoed al bijna een jaar eerder naar het vo). Er is dan zeker meer kans dat hij op een comfortabele wijze optimaal kan presteren.

Zo zie je maar
Met (nog eens) een klas overslaan (versnellen) moet je voorzichtig zijn, tenzij er zwaarwegende redenen zijn van bijvoorbeeld sociaal-emotionele aard. Dan wordt het vaak een kwestie van kiezen tussen twee kwaden. Om een eventueel onderpresteren te voorkomen, kun je de oplossing ook zoeken in verbreding en verdieping van de leerstof als daartoe de mogelijkheden aanwezig zijn . En … het IQ is dus niet alléén maatgevend; wel voor een eindperspectief, maar je moet ook kijken naar wat de leerling kan en doet in vergelijking met zijn (oudere) groepsgenoten. De Drempeltest doet dat en dat kan soms -ondanks een hoog IQ- tegenvallen, omdat er wordt vergeleken met groepsgenoten en niet met leeftijdsgenoten.

En bovendien ...

(Zeer) intelligente kinderen zullen zich vroeg of laat (als volwassene zeker!) staande moeten houden in een omgeving die bestaat uit mensen van verschillende niveaus (qua aanleg). M.a.w. later moet je op je werk, in je vereniging of waar dan ook, omgaan met deze verschillen. Waarom op de basisschool dan niet? Er moeten zwaarwegende argumenten zijn (en die kunnen er zijn!)* om de leerling daar van te 'ontheffen' ...

*) De Wet Basisonderwijs, die op 1 augustus 1985 in werking trad, verlangt van scholen dat zij leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces bieden dat ze in acht schooljaren moeten doormaken. Dat scholen dat niet voor alle leerlingen weten waar te maken, is inmiddels duidelijk. Dat geldt voor zowel de zwakkere als de betere leerling.

Zie ook het artikel op Wij-leren