Onderwerpen

dinsdag 19 maart 2013

Heeft èlke dyslecticus dyslexie?




De SchoolVaardigheidsToets Technisch Lezen is een leestoets waarbij de leerling een verhaaltje leest. 
De zinnen van het verhaaltje zijn aanvankelijk heel kort en bestaan uit eenvoudige woordjes. 
De zinnen worden steeds langer en bevatten steeds moeilijker woorden.
De toets duurt één minuut.



Afgelopen vrijdag was de toets nog te zien in het Journaal, waar een onderwerp werd behandeld over dyslexie: het aantal dyslectici neemt namelijk op onverklaarbare wijze toe. Zorgverzekeraars vinden dat er te veel zijn en willen het aantal terugdringen. 
Ze zouden wel eens een punt kunnen hebben ...

Stel, je neemt de SVT-TL af en de leerling blijkt te scoren in het (Cito) C gebied (iets onder het gemiddelde). Zou je dan -als we ons even tot het technisch lezen beperken- denken aan dyslexie? Ik niet … Ja, het is niet wat je noemt een beste lezer, maar je hebt nu eenmaal goede en minder goede lezers.

Toch gaan er geruchten dat er dyslectici met een dyslexieverklaring ‘op zak’ zijn, die deze score halen. Hoe kan dat?

Nou, er wordt in ons land nogal eens getoetst met leestoetsen die bestaan uit een rij woordjes in betekenisloos verband. Als daarop in het (Cito) E gebied (de zwakste 10%) wordt gescoord, wil men nog wel eens doortoetsen met bijvoorbeeld ‘onzinwoorden’. Als ook in dat geval een soortgelijke score wordt gehaald, worden de zorgen ernstig. Want … de definitie van dyslexie is: 'een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren van het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau'. Wanneer een dergelijke leerling het onderzoekstraject ingaat, is het verkrijgen van een dyslexieverklaring niet denkbeeldig.

Als nou eens later zou blijken dat deze leerling bij afname van de SVT-TL bijna voldoende scoort? Is dan die dyslexieverklaring terecht? Eigenlijk niet, vind ik. Want … waar gáát het in het ‘leesleven’ nu eigenlijk om? Om het lezen van rijtjes woorden in betekenisloos verband, om het lezen van ‘onzinwoorden’? Lijkt me niet, dat komt immers in de praktijk van het lezen zelden of nooit voor.
Het gaat juist om teksten met woorden in betekenisvol verband, zoals mededelingen, instructies, verhalen, artikelen enz. Daar moet je het mee doen! En als je dat nou matig tot redelijk (en in sommige gevallen zelf beter dan dat) blijkt te kunnen? Heb je dan dyslexie?!?

Ik nodig u uit om leerlingen met een dyslexieverklaring nog eens te toetsen met de SchoolVaardigheidsToets Technisch Lezen (Cotan OK!); het kost u één minuut ...


Of -nog beter- misschien is er een student, die dit in het kader van zijn afstudeerproject nader wil onderzoeken?


Het zou mij niet verbazen als blijkt, dat er dan tóch minder dyslectici zijn …

woensdag 13 maart 2013

Eigen leerlijn? Wèl toetsen!



Op bijna alle scholen zijn er wel één of meer leerlingen die vanwege hun specifieke onderwijsbehoeften door de school geheel of gedeeltelijk zijn losgekoppeld van het reguliere curriculum van de groep, en een eigen leerlijn hebben.

Uit onderzoek is gebleken dat leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften de meeste voortgang boeken als zij zo lang mogelijk bij het programma van hun basisgroep worden gehouden, zo nodig aangevuld met geïntensiveerde oefening en instructie (convergente differentiatie). Toch zijn er -zoals gezegd- op bijna alle scholen wel één of meer leerlingen die vanwege hun specifieke onderwijsbehoeften door de school geheel of gedeeltelijk zijn losgekoppeld van het reguliere curriculum van de groep, en een eigen leerlijn hebben. Soms is dit een eigen leerlijn voor taal én rekenen, soms is dit een eigen leerlijn voor slechts één vak. Vaak doen deze leerlingen ook niet mee met de reguliere eindtoets, de niveautoets en de reguliere tussentijdse toetsen die op bepaalde momenten in het schooljaar gelden voor hun groep; soms -al dan niet gedeeltelijk- wel.
De inspectie vindt het belangrijk dat scholen kunnen aantonen (verantwoorden) dat deze leerlingen als gevolg van beperktere capaciteiten een eigen leerlijn hebben en niet als gevolg van lage ambities van de school of tekortkomingen in de kwaliteit van het onderwijs op de school. Ook vindt de inspectie het belangrijk dat scholen kunnen laten zien (verantwoorden) dat deze leerlingen voldoende voortgang boeken en blijven boeken. Daarom verwacht zij dat voor leerlingen die door de school voor één of meer vakken op een eigen leerlijn zijn gezet, een ontwikkelingsperspectief is opgesteld, zodanig dat de ontwikkeling van deze leerlingen kan worden beoordeeld (indicator 1.4). Zelfs als de school deze leerlingen laat meedoen aan de reguliere eindtoets en/of de reguliere tussentijdse toetsen, omdat zij bijvoorbeeld een individuele leerlijn hebben voor slechts één vak, en zelfs als bij indicator 1.1 niet voor deze leerlingen is herberekend, dan nog verwacht de inspectie dat scholen kunnen laten zien dat deze leerlingen individueel voldoende voortgang boeken.

Het kunnen laten zien (verantwoorden) dat deze leerlingen voldoende voortgang boeken en blijven boeken lukt met de bekende leerlingvolgsysteemtoetsen praktisch niet.

Eigenlijk is voor de hier bedoelde leerlingen een ‘eigen’ leerlingvolgsysteem nodig, dat bestaat uit cumulatieftoetsen met lange doorlopende (DLE-)schalen, zodat je in één toetsbeurt meteen het niveau en de vooruitgang in beeld hebt. Bovendien moeten de toetsen doelgericht, sober, beknopt, transparent en niet te complex zijn, zodat de leerling vlot en precies weet wat er van hem gevraagd wordt.

Is dat er?   Ja, dat is er!   Kijk maar eens hier: Leerlingvolgsysteem voor de eigen leerlijn