Onderwerpen

woensdag 20 november 2013

Duidelijkheid over toetsen bij kleuters

Op 5 november 2013 heeft de Tweede Kamer besloten dat de inspectie niet langer een onafhankelijke toets voor taal en rekenen* in de kleuter-groepen mag eisen via het toezichtkader. Hoe gaat de inspectie hier vanaf nu mee om in het toezicht? Een paar citaten:
Brede ontwikkeling
Ten eerste gaat het erom dat leerkrachten vanaf het begin van de schoolperiode de brede ontwikkeling van jonge kinderen volgen door middel van gestructureerde observaties. Met brede ontwikkeling bedoelen we zowel de cognitieve, sociale, emotionele als motorische ontwikkeling. De inspectie hanteert geen voorschriften over welke observatiemethode gehanteerd zou moeten worden. Wel dienen de observaties structureel (dat wil zeggen regelmatig bij alle kinderen) en gestandaardiseerd (alle kinderen met eenzelfde instrument) plaats te vinden.
Hier staat in mijn ogen geen woord verkeerd in!
Ontwikkeling taal en rekenen
Naast het observeren van de ontwikkeling van het jonge kind, kan een school een gevalideerd instrument afnemen dat gericht is op taal- en rekenontwikkeling. De school heeft daarmee een instrument om de ontwikkeling van ieder kind nader te diagnosticeren en te vergelijken met de ontwikkeling van andere kinderen in die leeftijd. Ook geeft een dergelijk instrument informatie over de voorbereiding op het aanvankelijk lezen en rekenen in groep 3.
Ook hier staat geen woord verkeerd in, zeker als we letten op het woordje 'kan'! Bovendien moeten we ‘gevalideerd’ opvatten als ‘... het controleren van een … methode. In feite wordt d.m.v. verificatie of kwalificatie aan de hand van een aantal vooraf opgestelde eisen aangetoond dat het  … instrument met een grote mate van zekerheid in staat is de bedoelde resultaten op te leveren.’ (Bron: Wikipedia)

Dat hoeft dus niet te betekenen dat het instrument scores oplevert in termen als 'voldoende/onvoldoende', waarover dan vervolgens gerapporteerd zou moeten worden in het kader van de ‘opbrengsten’, hetgeen in de groepen 1 en 2 -zoals bekend- een uiterst hachelijke zaak is. Het weergeven van de stand van de ontwikkeling is in dit stadium meer dan voldoende.

Wel mag natuurlijk -voornamelijk voor intern gebruik- gerapporteerd worden over die stand van zaken. 

*) De afwezigheid van zo’n instrument in de kleuterperiode zal niet langer leiden tot een onvoldoende bij het oordeel op de indicator 'De school gebruikt een samenhangend systeem van genormeerde instrumenten en procedures voor het volgen van de prestaties en de ontwikkeling van de leerlingen'.