Onderwerpen

zondag 2 februari 2014

Een sober leerling- en onderwijsvolgsysteem, dat kan en mag!


De wet- en regelgeving van 2014 (Wet Eindtoetsing PO en Toetsbesluit PO) biedt scholen naast de verplichting tot het hanteren van een leerling- en onderwijsvolgsysteem anderzijds veel ruimte voor de invulling daarvan.
Bovendien hanteert de inspectie met ingang van 1 februari 2016 voor de tussenresultaten van scholen in het primair onderwijs geen eigen normen meer. 
Dit betekent eveneens dat een oordeel over de tussenresultaten niet langer betrokken wordt bij het eindoordeel over de school.



De inspectie blijft in het toezicht aandacht schenken aan hoe scholen de ontwikkeling van leerlingen volgen en de wijze waarop dit tot conclusies over het onderwijs leidt. Het is aan de school ambitieuze doelen voor de leerlingen te formuleren.
 

Het volgen van de ontwikkeling van leerlingen staat (weer) centraal
Het is belangrijk dat leerlingen goede resultaten halen en dat scholen de ontwikkeling van leerlingen goed volgen. De inspectie heeft in de afgelopen jaren een oordeel over de tussenresultaten uitgesproken. Dit heeft er mede toe geleid dat de tussentijdse toetsen voor veel scholen in een ander daglicht zijn komen te staan. Voor sommige scholen werd het behaalde resultaat en de verantwoording daarover aan de inspectie belangrijker dan het echte doel van de toetsen. Dat doel - het volgen van de ontwikkeling van de leerlingen en de evaluatie of de ontwikkeling verloopt zoals gepland – wil de inspectie in het toezicht weer centraal zetten. 

De inspectie verwacht nu dat scholen zelf ambitieuze doelen stellen voor leerlingen, en zicht hebben op in hoeverre leerlingen die doelen halen. 



De wijze waarop en met welke middelen scholen dit zicht willen verwerven, is geheel aan de scholen zelf: zij kiezen de toetsen* en het moment waarop zij deze willen afnemen (als de toets daartoe de mogelijkheid biedt).


Ook verwacht de inspectie dat scholen op basis van hun beeld het onderwijs aan de leerlingen bijstellen. 
 

*) Sinds het schooljaar 2015-2016 beoordeelt niet langer de COTAN, maar de Expertgroep Toetsen PO de leerlingvolgsysteemtoetsen. Naast de psychometrische aspecten van een toets beoordeelt de Expertgroep ook de onderwijskundige en organisatorische aspecten. In totaal wordt een toets op tien criteria beoordeeld. Het oordeel kan ‘onvoldoende’, ‘voldoende’ of ‘goed’ zijn.

Gelet op bovenstaande lijkt het volgende mij meer dan voldoende:

Groep 1 en 2

In groep 1 en 2 is het toepassen van landelijk genormeerde toetsen onwenselijk vanwege de vele bezwaren die eraan kleven. We beperken ons daar dan ook tot het (gestructureerd) observeren en registreren van in hoofdzaak de functieontwikkeling.
Groep 3 t/m 8
In groep 3 t/m 8 is in principe eens per jaar (in april) toetsen met landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen voldoende, omdat de methodegebonden toetsen en de observaties van de leerkracht er immers al voor zorgen dat de voortgang in de leerstof wordt bewaakt. 

De landelijk genormeerde, methodeonafhankelijk toetsen zijn er slechts voor om het niveau te bewaken: lopen we een beetje in de pas met onze manier van werken? 


Verder zijn ze handig om voor de leerling het ontwikkelingsperspectief te bewaken.

In principe eens per jaar toetsen lijkt ten opzichte van de huidige praktijk wellicht weinig, maar op de cruciale momenten gebeurt het wèl twee keer per jaar (zie het afnameschema hieronder: alleen in de groepen 3, 6 en 7 wordt er maar eens per jaar getoetst). En nogmaals, het gaat hier om niveaubewaking (kwaliteitsbewaking t.o.v. de landelijke norm) en daarvoor is negen keer toetsen in de schoolloopbaan (inclusief de eindtoets) meer dan voldoende!         


Aanvulling in groep 4 en 5
In de groepen 4 en 5 wordt in november aanvullend het technisch lezen en hoofdrekenen getoetst, omdat die ontwikkeling daar een stuk sneller gaat.
Groep 8 in november
In groep 8 wordt het toetsen verplaatst naar november, vanwege het vroegtijdig kunnen opmaken van een schooladvies en vanwege de eindtoets die in april wordt afgenomen.
Komt eruit wat erin zit (opbrengsten)?
Om na te gaan of eruit gekomen is wat erin zit, kan in groep 6 en in groep 7 of 8 een klassikale intelligentietest worden afgenomen, waarmee tevens een (pré)advies VO kan worden geformuleerd.
Aanvulling in groep 6, 7 of 8
Aanvullend zou in groep 6, 7 of 8 nog een test kunnen worden afgenomen, die iets zegt over de leermotivatie, het doorzettingsvermogen en het zelfvertrouwen.


Voor het observeren van de funktieontwikkeling werd indertijd OPFO en LVS 1-2 ontwikkeld, maar er zijn onderhand talloze alternatieven voorhanden. Naast de materialen van het Cito, zijn voor de niveaubepaling de Schoolvaardigheidstoetsen zeer geschikt, vanwege hun sobere en weinig talige karakter. Bovendien lenen ze zich door hun constructie uitstekend voor het maken van trendanalyses en opbrengstmetingen (komt eruit wat erin zit?). Voor de klassikale intelligentiemeting zijn er de Tussentest (voor groep 6) en de Drempeltest (voor groep 7 of 8). De LeerMotivatieTest kan aanvullend worden afgenomen in groep 6, 7 of 8. Alle genoemde toetsen zijn door de Cotan/Expertgroep Toetsen PO goedgekeurd en door de inspectie toegelaten.