Onderwerpen

maandag 19 december 2016

Leerlingvolgsysteem zonder bijwerkingen

Uw kind mag voor het eerst alleen naar school lopen. U hebt hem de weg geleerd. U laat hem gaan … Vertrouwt u erop dat het goed komt? Ja, u moet hem vertrouwen, maar wat zou u er van vinden als de leerkracht u een appje stuurt: ‘Hij is goed aangekomen hoor!’?  
Toch prettig om te weten?

In school gaat dat ook zo
We leren de kinderen van alles en we vertrouwen erop dat het goed komt. Toch willen we dat graag bevestigd zien. Daarvoor doen we af en toe een toets. We zijn blij wanneer we vaststellen dat de leerling weet/kan wat we hem geleerd hebben. En mocht het nog niet helemaal in orde zijn, dan proberen we daar wat aan te doen.
Willen we weten of het niveau overeenkomt met wat er mag worden verwacht, dan doen we een landelijk genormeerde methodeonafhankelijke toets. En als dat tegenvalt, dan zoeken we uit hoe dat komt en of daar iets aan te doen is.

Wanneer we het vermoeden krijgen dat het resultaat wel eens zou kunnen komen door de minder dan gemiddelde aanleg/mogelijkheden van de kinderen, dan kunnen we het leerpotentieel (wat zit erin?) testen en eventueel de leermotivatie.

Om na te gaan of de dingen die we er aan doen het beoogde effect hebben, zullen we na verloop van tijd nogmaals moeten toetsen: waar zitten we op dit moment en is er een stijgende lijn te zien?

Dit geldt voor de leerling, de groep en de hele school: we willen eruit halen wat erin zit.
Daar is niks mis mee.

Waarom werd er dan toch best veel gemopperd over het leerlingvolgsysteem?
Dat kwam omdat er verkeerde dingen mee werden gedaan. Op veel scholen werden de leerlingen te veel met het gemiddelde vergeleken in plaats van met zichzelf. Dat had veel kwalijke effecten en was ook niet eerlijk. Het is nu eenmaal zo dat aan het eind van de basisschool sommige kinderen naar het gymnasium kunnen en andere naar het praktijkonderwijs. Dat komt omdat het ene kind toevallig meer kan dan het andere. Daar kan niemand wat aan doen. Zolang eruit komt wat erin zit, moet je tevreden zijn. 

Dat geldt ook voor de groep en de school als geheel. Ook daar zullen om deze reden op de ene school de scores hoger zijn dan op de andere. Het maken van ranglijsten met de ‘beste’ school bovenaan is daarom ook onzin en oneerlijk. Het lijkt op een rij met kinderen uit de klas die gerangschikt is van kort naar lang en waarbij de langste dan de eerste prijs zou krijgen. Dat doen we toch ook niet?

Inzichten veranderd
Gelukkig zijn de inzichten op dit punt verbeterd. Ook de onderwijsinspectie gaat er nu anders mee om: de resultaten op de toetsen zijn bestemd voor de school om na te gaan of er verbetering nodig en mogelijk is (Zie: Het kwartje is gevallen ...).

Die resultaten moet je niet aan de grote klok hangen, daar wordt niemand beter van. Je krijgt dan een ‘gevecht om de scores’ bij kinderen en tussen scholen onderling. Waar het werkelijk om gaat wordt vergeten en alle aandacht gaat uit naar de toetsresultaten, die natuurlijk de hoogste moeten zijn: het wordt een wedstrijd, waarvoor alles (meestal de dingen die moeilijk te toetsen zijn) moet wijken (Zie: Gedachtengang ... en Gesjoemel ...

Zodra we er in slagen deze kwalijke bijwerkingen volledig uit te bannen, zal het leerlingvolgsysteem zeker tot nut en minder tot last zijn. 

En ... misschien kan het ook nog wel een tandje minder (Zie: Werkdruk verminderen, is dit een idee?)!