Onderwerpen

zaterdag 28 januari 2017

Waarom alleen van eindtoets veranderen?

U hebt al gemerkt dat veel scholen overstappen naar een andere eindtoets. ...
Maar is het u ook opgevallen dat er de laatste tijd steeds vaker publicaties verschijnen waarin de validiteit van bepaalde toetsen voor het leerlingvolgsysteem in twijfel wordt getrokken (wordt er wel getoetst wat de maker beweert)?  En hebt u gezien dat in het merendeel van die publicaties de onvoldoende/afwezige validiteit bovendien wordt aangetoond met onderzoekgegevens?* 

Er is een grond voor die twijfel:

  • Als je het technisch lezen wilt toetsen, kan dat dan wel met meerkeuzevragen of met alleen 'losse' woordjes?
  • Als je het (technisch) rekenen wilt toetsen, lukt dat dan wel door de som in een tekst te 'verpakken'?
  • Als je het spellen wilt toetsen, is dat dan wel mogelijk met meerkeuzevragen?
  • Als je het begrijpend lezen wilt toetsen, doe je dan een groot deel van de leerlingen niet tekort wanneer je de teksten erg complex en lang maakt?

Bij de Schoolvaardigheidstoetsen lopen wij die risico’s liever niet,
wij blijven zo dicht mogelijk bij de kerntaak:


  • SVT Technisch Lezen:
    hoeveel woordjes kan de leerling in een tekst (de kern van de leestaak), die in moeilijkheid oploopt, correct voorlezen binnen een minuut?
  • SVT Hoofdrekenen:
    hoeveel plus-, min-, keer- en deelsommen tot 100 (de basis van het rekenen) kan de leerling foutloos maken binnen vijf minuten?
  • SVT Spelling: 
    hoeveel voorgelezen woorden kan de leerling zonder fouten opschrijven (de kern van het spellen)?
  • SVT Rekenen-Wiskunde:
    hoeveel ‘kale’ en met weinig woorden gepresenteerde sommen (het gaat om het rekenen, niet om de taal) kan de leerling foutloos maken?
  • SVT Begrijpend Lezen: 
    hoeveel vragen kan de leerling correct beantwoorden over korte stukjes tekst (het gaat om het begrip)?

Overstappers
Er zijn (groepen van) scholen die op dit moment overstappen naar het alternatief: de SchoolVaardigheidsToetsen van Boom. Zij betrokken bovenstaande in hun overwegingen. 
De overstappers naar een andere eindtoets hebben zo hun redenen. De overstapper naar een ander leerlingvolgsysteem hebben die ook ...

*) En dat, terwijl de COTAN de validiteit als voldoende/goed beoordeelde (!)

woensdag 25 januari 2017

Werkdruk verminderen? Pak je volgsysteem aan!


De wet- en regelgeving van 2014 (Wet Eindtoetsing PO en Toetsbesluit PO) biedt scholen naast de verplichting tot het hanteren van een leerling- en onderwijsvolgsysteem anderzijds heel veel ruimte voor een eigen invulling, die veel soberder kan zijn dan op dit moment vaak gebruikelijk is.



Bovendien hanteert de onderwijsinspectie met ingang van 1 februari 2016 voor de beoordeling van de tussenresultaten geen eigen normen meer. Daardoor valt er bij de scholen een grote druk weg, die leidde tot zeer ongewenste praktijken (zie: Het kwartje is gevallen ... ). De inspectie vroeg tot die datum namelijk naar de LVS-toetsresultaten van Technisch Lezen (TL) in groep 3 en groep 4, Rekenen en Wiskunde (RW) in groep 4 en groep 6 en Begrijpend Lezen (BL) in groep 6.
Dit betekent eveneens dat een oordeel over de tussenresultaten niet langer betrokken wordt bij het eindoordeel over de school. De school volgt de leerlingen dus (weer) 'voor eigen gebruik'. De inspectie blijft in het toezicht wel aandacht schenken aan hoe scholen de ontwikkeling van leerlingen volgen en de wijze waarop dit tot conclusies over het onderwijs leidt. 


De school mag echter zelf bepalen op welke wijze en 
met welke middelen zij dit doet!
(wanneer de school er voor kiest landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen te gebruiken, dan moeten deze door de Cotan -nu de Expertgroep Toetsen PO- zijn beoordeeld met tenminste 'voldoende')


Onderstaande werkwijze acht ik meer dan voldoende:

Groep 1 en 2: observeren
In groep 1 en 2 is het toepassen van landelijk genormeerde toetsen onwenselijk vanwege de vele bezwaren die eraan kleven. We beperken ons daar dan ook tot het (gestructureerd) observeren en registreren van in hoofdzaak de functieontwikkeling.
Groep 3 t/m 8: bewaken

Bewaken van de voortgang in de leerstof
Omdat de methodgebonden toetsen en de observaties van de leerkracht er al voor zorgen dat de voortgang in de leerstof wordt bewaakt is in groep 3 t/m 8 in principe eens per jaar (in april) toetsen met landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen voldoende.

Bewaken van het niveau
De landelijk genormeerde, methodeonafhankelijk toetsen zijn er namelijk 'slechts' voor om het niveau te bewaken: lopen we een beetje in de pas met onze manier van werken? 

Bewaken van het ontwikkelingsperspectief
Verder zijn de landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen handig om voor de leerling het ontwikkelingsperspectief  te bewaken.

In principe eens per jaar toetsen met landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen lijkt ten opzichte van de huidige praktijk wellicht weinig, maar op de cruciale momenten gebeurt het wèl twee keer per jaar (zie het afnameschema hieronder: alleen in de groepen 3, 6 en 7 wordt er maar eens per jaar getoetst). En nogmaals, het gaat hier om niveaubewaking (kwaliteitsbewaking t.o.v. de landelijke norm) en daarvoor is negen keer toetsen in de schoolloopbaan (inclusief de eindtoets) meer dan voldoende!          
Aanvulling in groep 4 en 5
In de groepen 4 en 5 wordt in november aanvullend het technisch lezen en hoofdrekenen getoetst, omdat die ontwikkeling daar een stuk sneller gaat.
Groep 8 in november
In groep 8 wordt het toetsen verplaatst naar november, vanwege het vroegtijdig kunnen opmaken van een schooladvies en vanwege de eindtoets die in april/mei wordt afgenomen.

(klik op de afbeeldingen voor een vergroting) 

Komt eruit wat erin zit (opbrengsten)? 
Om na te gaan of eruit gekomen is wat erin zit, kan in groep 6 en/of in groep 7 of 8 een klassikale intelligentietest worden afgenomen, waarmee tevens een (pré)advies VO kan worden geformuleerd. Een afname in het begin van groep 6 is aan te bevelen, omdat er dan bij een ongewenst verschil tussen aanleg en resultaat nog voldoende tijd is om er iets aan te doen. Vóór groep 6 kan de school vertrouwen op de leerkracht, hetgeen tevens de nodige rust met zich meebrengt (geeft de leerlingen de ruimte).
Zie ook: 'Scholen willen eruit halen wat erin zit', maar wéten ze wel wat erin zit?
Aanvulling in groep 6, 7 of 8
Aanvullend kan in groep 6, 7 of 8 nog een test worden afgenomen, die iets zegt over de leermotivatie, het doorzettingsvermogen en het zelfvertrouwen.
Voor het observeren van de funktieontwikkeling werd indertijd OPFO en LVS 1-2 ontwikkeld, maar er zijn onderhand vele -soms door de school zelf ontwikkelde- alternatieven voorhanden. 
Naast de materialen van het Cito, zijn voor de niveaubepaling de Schoolvaardigheidstoetsen zeer geschikt, vanwege hun sobere karakter (weinig en beknopte materialen) en verminderde taligheid (weinig en beknopte teksten). Bovendien lenen ze zich door hun constructie uitstekend voor het maken van trendanalyses en opbrengstmetingen (komt eruit wat erin zit?). 
Voor de eventuele klassikale intelligentiemeting zijn er de Tussentest (voor groep 6)* en de Drempeltest (voor groep 7 of 8)*. 
De LeerMotivatieTest* kan aanvullend worden afgenomen in groep 6, 7 of 8.
Alle genoemde landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen zijn door de Cotan/Expertgroep toetsen PO goedgekeurd (een wettelijke vereiste) en dus door de inspectie toegelaten.

*) Het mag inmiddels bekend zijn dat ik een sterke voorkeur heb voor het óók afnemen van deze toetsen.

maandag 16 januari 2017

Het niveauverschil in groep 8 is ruim 3 leerjaren

Voor DLE-gebruikers is dat geen nieuws. Zij zien in groep 8, als score op bijvoorbeeld de SVT Technisch Lezen, regelmatig 135 goed gelezen woorden in de minuut (niveau: eind groep 5). Daarnaast zien ze ook meer dan 180 goed gelezen woorden (niveau: brugklas).  
Ook bij de overige schoolvaardigheidstoetsen zien ze deze verschillen …

Geen nieuws
Ook als fenomeen is dit geen nieuws, in het onderwijs weten we dit al ‘eeuwen’. Die verschillen zijn er altijd geweest en daar kunnen we maar weinig aan doen, zeker als het aan de aanleg/potentie ligt: de een krijgt de dingen die ze op school leren nu eenmaal vlotter onder de knie dan de ander.

Ouders schrikken
Toch zijn er af en toe nog ouders die er van schrikken: ‘Hoe kan dat nou? Ze krijgen toch allemaal hetzelfde onderwijs? Dan zouden ze toch ook allemaal aan het eind even ver moeten zijn?’
Ze zijn er zich kennelijk nog onvoldoende van bewust dat de leerlingen na groep 8 uitwaaieren van Praktijkonderwijs tot Gymnasium. En dat terwijl het juist heel mooi is dat je kind na de basisschool op een plek kan komen die het beste bij hem past.

Dat kan natuurlijk niet!
Maar wat betekent het voor de basisschool, waar de wet voorschrijft dat alle kinderen een  ‘ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen’? Daar is die mogelijkheid van 'uitwaaieren' niet en ook zittenblijven hoort daar eigenlijk niet bij ... Want als je dat consequent zou doen, dan zou de leerling uit ons voorbeeld met een score van 135 op zijn twaalfde jaar nog in groep 5 zitten (tussen de 9-jarigen ...). Dat kan natuurlijk niet!

Maar wat dan wel? 
Leerkrachten in de basisschool doen alle dagen hun uiterste best om alle kinderen te bieden wat hen toekomt. Ze moeten dus differentiëren, maar willen er wel uit halen wat erin zit en dat is bij kinderen zeer verschillend, zo blijkt. Het is daarvoor wel noodzakelijk dat de school goed op de hoogte is van de vorderingen, het niveau en de mogelijkheden van de leerlingen.

Echter
Daar moet niet te veel tijd en energie in gaan zitten en het moet zeker geen doel op zich worden. Bovendien mag het voor de kinderen niet te veel 'een kwestie' worden, het op een goede manier omgaan met deze grote verschillen vormt voor de school een extra uitdaging. Toch horen we scholen daar vaak over klagen: 'Er ligt een te groot accent op; er zijn nog zo veel andere nuttige/noodzakelijke dingen te doen. Kan dit 'op de hoogte blijven' (het volgen van de leerlingen d.m.v. toetsen) niet een tandje minder?'

Suggestie

Onderstaande is in vergelijking met de huidige praktijk al een stuk minder en ruim voldoende. De school mag namelijk zelf bepalen of en zo ja welke toetsen zij wanneer afneemt. Zelfs de onderwijsinspectie is gestopt met het opvragen van de gegevens van de toetsen om geen onnodige druk te veroorzaken. Er is dus alle ruimte!

_________________ Leerling- en onderwijsvolgsysteem _________________
Basisonderwijs

Groep 1 en 2
In groep 1 en 2 is het toepassen van landelijk genormeerde toetsen onwenselijk vanwege de vele bezwaren die eraan kleven. We beperken ons daar dan ook tot het (gestructureerd) observeren en registreren van in hoofdzaak de functieontwikkeling.
Groep 3 t/m 8
In groep 3 t/m 8 is in principe eens per jaar (in april) toetsen met landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen voldoende, omdat de methodgebonden toetsen en de observaties van de leerkracht er immers al voor zorgen dat de voortgang in de leerstof wordt bewaakt. 

De landelijk genormeerde, methodeonafhankelijk toetsen zijn er slechts voor om het niveau te bewaken: lopen we een beetje in de pas met onze manier van werken? 

Verder zijn ze handig om voor de leerling het ontwikkelingsperspectief  te bewaken.

In principe eens per jaar toetsen lijkt ten opzichte van de huidige praktijk wellicht weinig, maar op de cruciale momenten gebeurt het wèl twee keer per jaar (zie het afnameschema hieronder: alleen in de groepen 3, 6 en 7 wordt er maar eens per jaar getoetst). En nogmaals, het gaat hier om niveaubewaking (kwaliteitsbewaking t.o.v. de landelijke norm) en daarvoor is negen keer toetsen in de schoolloopbaan (inclusief de eindtoets) meer dan voldoende!        
Aanvulling in groep 4 en 5
In de groepen 4 en 5 wordt in november aanvullend het technisch lezen en hoofdrekenen getoetst, omdat die ontwikkeling daar een stuk sneller gaat.
Groep 8 in november
In groep 8 wordt het toetsen verplaatst naar november, vanwege het vroegtijdig kunnen opmaken van een schooladvies en vanwege de eindtoets die in april/mei wordt afgenomen.
Komt eruit wat erin zit (opbrengsten)? 
Om na te gaan of eruit gekomen is wat erin zit, kan in groep 6 en/of in groep 7 of 8 een klassikale intelligentietest worden afgenomen, waarmee tevens een (pré)advies VO kan worden geformuleerd.
Aanvulling in groep 6, 7 of 8
Aanvullend zou in groep 6, 7 of 8 nog een test kunnen worden afgenomen, die iets zegt over de leermotivatie, het doorzettingsvermogen en het zelfvertrouwen.


Voor het observeren van de funktieontwikkeling werd indertijd OPFO en LVS 1-2 ontwikkeld, maar er zijn onderhand vele -soms door de school zelf ontwikkelde- alternatieven voorhanden. Naast de materialen van het Cito, zijn voor de niveaubepaling de Schoolvaardigheidstoetsen zeer geschikt, vanwege hun sobere en weinig talige karakter. Bovendien lenen ze zich door hun constructie uitstekend voor het maken van trendanalyses en opbrengstmetingen (komt eruit wat erin zit?). Voor de klassikale intelligentiemeting zijn er de Tussentest (voor groep 6) en de Drempeltest (voor groep 7 of 8). De LeerMotivatieTest kan aanvullend worden afgenomen in groep 6, 7 of 8. Alle genoemde toetsen zijn door de Cotan/Expertgroep toetsen PO goedgekeurd en door de inspectie toegelaten.